Naar inhoud

Sociale Bijdragen

De basis

Voor de berekening van de sociale bijdragen baseert Acerta, zoals alle andere fondsen, zich op de gegevens die de fiscale overheid doorgeeft. Het gaat dan over de brutoberoepsinkomsten, verminderd met de bedrijfsuitgaven, -lasten en -verliezen, vastgesteld overeenkomstig de wetgeving betreffende de inkomstenbelasting. Dit noemen we het netto jaarinkomen.

Vanaf 2015 worden uw sociale bijdragen voorlopig berekend op uw inkomsten van drie jaar geleden. Nadien worden deze bijdragen, zo nodig, geregulariseerd op uw inkomsten van het lopende jaar. Startende zelfstandigen hebben een aangepaste regeling, met wettelijk vastgelegde minimumbijdragen. Hieronder leest u meer over de voorlopige bijdragen voor startende zelfstandigen.

Uw hoedanigheid speelt ook een rol. Wie zelfstandige in bijberoep is, zal minder sociale bijdragen betalen bij een beperkt inkomen dan een zelfstandige in hoofdberoep.

Voor een gepensioneerde en meewerkende echtgenotes in het ministatuut gelden dan weer bijzondere bijdragepercentages.

De bijdrageberekening voor een starter

Als u beginnende zelfstandige bent, kent het sociaal verzekeringsfonds uw netto jaarinkomen nog niet en betaalt u voorlopige bijdragen, berekend op een forfaitair geschat inkomen van 13 550,50 euro.

Ongeveer twee jaar later deelt de fiscus uw inkomen mee aan het sociaal verzekeringsfonds. Op dat ogenblik worden uw sociale bijdragen definitief berekend en moet u het verschil tussen de voorlopige en de definitieve bijdragen bijbetalen. Als uw inkomsten hoger blijken te liggen dan het forfaitair inkomen waarop de voorlopige bijdragen zijn berekend en die u gedurende de eerste drie volledige jaren heeft betaald, moet u bijbetalen. Zijn de inkomsten lager, dan krijgt u het teveel terugbetaald. Uw bijdragen worden dan “geregulariseerd”.

Een concreet voorbeeld: als uw beroepsinkomen van 2018 hoger is dan 13 550,50 in uw eerste jaar als zelfstandige, dan zal u in 2020 moeten bijbetalen. Om deze navordering te vermijden, kan u hogere voorafbetalingen doen. Daarvoor deelt u uw verwacht inkomen mee aan het sociaal verzekeringsfonds, dat uw bijdragen dan zal berekenen op basis van uw geraamde inkomen. U kunt daarvoor het formulier 'Verhoging van inkomsten' gebruiken.

Neem voor meer info contact op met een startersconsulent van Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. Zo kunnen uw sociale bijdragen aangepast worden en hoeft u later niet bij te betalen.

Als Acerta klant heeft u ook de mogelijkheid om uw inkomstenraming online door te geven via ons klantenportaal.

Dit systeem van herziening geldt voor de eerste 3 volledige jaren van de zelfstandige activiteit, eventueel verlengd met de kwartalen van het eerste onvolledige jaar. Een onvolledig jaar is een jaar met minder dan 4 kwartalen aansluiting. Vanaf 2015 worden de bijdragen van het eerste onvolledige kalenderjaar van aansluiting definitief berekend op het inkomen van dit onvolledig jaar zelf.
Maar vooraleer het sociaal verzekeringsfonds de bijdragen van dit onvolledige jaar regulariseert, wordt dit inkomen omgerekend op jaarbasis.

Dit gebeurt via de volgende formule :
Inkomen x 4 : aantal kwartalen onderwerping 

Een voorbeeld : u betaalt in 2018 een voorlopige bijdrage op uw inkomen van 2015. Deze bijdrage zal geregulariseerd worden op het inkomen van 2018, maar u stopt als zelfstandige op 30 juni 2018. Het bijdragejaar 2018 telt maar 2 kwartalen activiteit en u heeft in dat jaar een beroepsinkomen van 23 000 euro. Voor de regularisatie van de bijdragen van 2018 wordt dit inkomen verdubbeld naar 46 000 euro. 

Een beginnende zelfstandige heeft voor de twee eerste kwartalen van de onderwerping recht op één kwartaal uitstel van betaling. Dit voordeel geldt echter alleen als u tijdig aangesloten was bij uw sociaal verzekeringsfonds, dus ten laatste voor de start van uw activiteit. Concreet moeten de bijdragen van deze twee kwartalen dan pas betaald worden op het einde van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het fonds u een vervaldagbericht verstuurd heeft. Dit uitstel geldt ook voor de regularisatiebijdragen.

Verlaagde minimumbijdrage voor bepaalde starters in hoofdberoep

Bent u net gestart met uw zelfstandige activiteit in hoofdberoep? Dan betaalt u tijdens de eerste vier kwartalen een verlaagde minimumbijdrage als u aan een aantal voorwaarden voldoet. Deze nieuwe kortingsmaatregel gaat in op 1 april 2018. Ze heeft geen enkele negatieve invloed op uw sociale rechten als zelfstandige.

Aan welke voorwaarden moet u voldoen?

U moet gestart zijn met zelfstandige activiteit in hoofdberoep. Dit betekent dat u:

  • ofwel gestart bent als zelfstandige in hoofdberoep;
  • ofwel uw zelfstandige activiteit in bijberoep hebt gewijzigd naar een activiteit in hoofdberoep;
  • ofwel uw activiteit als student-zelfstandige hebt gewijzigd naar een hoofdberoep;
  • ofwel als meewerkende partner actief was zonder dat u hiervoor moest aansluiten als zelfstandige en nadien een zelfstandige activiteit in hoofdberoep hebt opgestart.

Daarnaast mag u in de loop van een periode van vijf jaar (= twintig kwartalen) vóór de aanvang of herneming van de zelfstandige activiteit geen enkel kwartaal zelfstandige in hoofdberoep, zelfstandige met gelijkstelling bijberoep of meewerkende partner (maxi-statuut) geweest zijn.

Tenslotte moet uw netto belastbaar jaarinkomen lager zijn dan de gewone minimumdrempel in hoofdberoep (13.550,50 in 2018).

 

Welke bijdrage betaalt u?

U betaalt een verlaagde bijdrage tijdens de eerste vier kwartalen van uw zelfstandige activiteit in hoofdberoep. Om deze te berekenen, wordt uw jaarinkomen vergeleken met de verlaagde minimumdrempel (6.997,55 euro in 2018):

  • Is uw jaarinkomen lager dan 6.997,55 euro, dan betaalt u een bijdrage van 369,57 euro per kwartaal. U betaalt dus dan 369,57 euro in plaats van 715,64 euro .
  • Ligt uw jaarinkomen boven 6.997,55 euro, dan bedraagt uw kwartaalbijdrage 5,125% van dit inkomen.

Opgelet: indien u start in een jaar zonder vier kwartalen activiteit, wordt uw inkomen eerst omgerekend naar een inkomen op jaarbasis. Dit omgerekende inkomen wordt vervolgens vergeleken met de verlaagde minimumdrempel.

Vanaf het vijfde kwartaal van uw zelfstandige activiteit in hoofdberoep geldt opnieuw de gewone minimumdrempel (13.550,50 euro in 2018). U betaalt dan minstens 715,64 euro per kwartaal

Wat moet u doen om van deze maatregel te genieten?

De korting wordt automatisch verrekend op het moment van de eindafrekening. Op dat moment kent Acerta namelijk uw werkelijk verdiende inkomen. De teveel betaalde bijdragen worden dan ook teruggestort. U hoeft daarvoor zelf dus niets te ondernemen.

Als u reeds onmiddellijk van de korting wenst te genieten, kan u ook nu al een verlaagde bijdrage aanvragen. Hiervoor moet u een aanvraag tot vermindering van de voorlopige bijdragen indienen. U moet dan aan de hand van objectieve elementen aantonen dat uw inkomen niet hoger zal dan één van onderstaande drempels:

Geschat jaarinkomen 2018

Voorlopige kwartaalbijdrage (incl. beheerskost Acerta)

≤ 6.997,55 euro

369,57 euro

≤ 9.033,67 euro

477,10 euro


Als uw geschat inkomen meer bedraagt dan 9.033,67 euro, kan u geen vermindering vragen. U krijgt de korting dan op het moment van de eindafrekening. Bovendien is de korting niet mogelijk vanaf een inkomen van 13.550,50 euro.

Opgelet: indien achteraf blijkt dat uw inkomen toch hoger ligt dan de toegelaten drempel, zijn verhogingen verschuldigd. U kan deze verhogingen vermijden door vóór 31 december van het bijdragejaar voldoende bij te storten.

Het aanvraagfomulier voor deze vermindering vindt u hier

Wanneer treedt de regeling in werking?

Deze nieuwe maatregel treedt in werking op 1 april 2018. De verlaagde bijdrage kan dus enkel verleend worden voor kwartalen vanaf het tweede kwartaal van 2018. De concrete startdatum van de zelfstandige activiteit speelt geen rol. Wie dus is gestart voor 1 april 2018 kan nog genieten van de verlaagde minimumbijdrage voor dat deel van de eerste vier kwartalen dat na 1 april ligt.

De bijdrageberekening vanaf het vierde jaar

Vanaf 2015 betaalt u vanaf uw vierde volledige jaar als zelfstandige opnieuw voorlopige bijdragen, maar deze worden berekend op basis van uw netto jaarinkomen van drie jaar geleden, als dat inkomen gekend is op 1 januari van het bijdragejaar. Was dat inkomen nog niet bekend, dan berekenen we uw voorlopige bijdragen op het laatste gekende inkomen. Uw voorlopige sociale bijdragen voor 2018 worden dus berekend op basis van uw inkomen van 2015. Dit inkomen wordt eerst geïndexeerd met 6,10973 %.

Op dit geïndexeerd inkomen wordt het bijdragepercentage dat voor u geldt, toegepast. De bijdragen voor zelfstandigen in hoofd- en in bijberoep zijn verschillend. Ook voor meewerkende echtgenote(s)(n) in het ministatuut, zelfstandigen die de pensioenleeftijd hebben bereikt, en andere specifieke situaties gelden aparte bijdragenpercentages. Hieronder leest u er meer over.

Nadien worden deze voorlopige bijdragen geregulariseerd op het netto jaarinkomen van het lopende jaar. Dit gebeurt van zodra de fiscus dit inkomen doorgeeft aan het sociaal verzekeringsfonds. Dit is ongeveer twee jaar later.

In de onderstaande publicatie vindt u de voorlopige en definitieve sociale bijdragen die zelfstandigen vandaag betalen bij Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. In de bijdragen in de tabel zitten ook de beheerskosten verrekend. Acerta past een kostenpercentage van 3,05 % toe. Dit kostenpercentage is het laagste van het land.

Bereken zelf uw sociale bijdragen!

Aanpassing van de voorlopige bijdragen

U kan uw voorlopige bijdragen, die berekend zijn op het inkomen van 3 jaar geleden, laten aanpassen zodat ze beter overeenkomen met het verwachte inkomen van het lopende jaar.

Verhoging van de voorlopige bijdragen

U kan uw voorlopige bijdragen laten verhogen indien u weet dat uw inkomen van het jaar zelf hoger zal liggen dan dit van 3 jaar geleden. U moet dan minder rekening houden met een regularisatie achteraf en kunt uw hogere bijdrage ook onmiddellijk aftrekken in uw belastingaangifte.

Deze verhoging kan op eenvoudige aanvraag. Hiervoor kan u het formulier 'Verhoging van inkomsten' gebruiken.

Als Acerta klant heeft u ook de mogelijkheid om uw inkomstenraming online door te geven via ons klantenportaal.
De verhoging kan ook door een spontane storting. Het bankrekeningnummer vindt u terug op uw laatste afrekening van de sociale bijdragen. 

De extra stortingen komen terecht in de “reserve”. Dit is een spaarpotje dat u aanlegt om te anticiperen op uw toekomstige regularisatie. U kan dit vergelijken met de voorafbetalingen voor de belastingen. Bovendien zijn deze extra bijdragen fiscaal aftrekbaar in het jaar waarin u ze betaalt.

Let op: u kan enkel bijbetalen als er geen openstaande schulden uit het verleden meer zijn.

Wat gebeurt er met uw reserve?

U kan deze reserve zelf beheren tot 31 december van het lopende bijdragejaar. U kan zowel extra stortingen doen, als geld terugvragen uit uw reserve. Na 31 december kan u alleen nog maar bijstorten. Terugbetalingen zijn dan niet meer mogelijk. Daarop moet u wachten tot aan de regularisatie.

Voorbeeld

Uw voorlopige bijdragen van 2018, berekend op uw inkomen van 2015, bedragen 800 euro per kwartaal. Deze bijdrage stemt overeen met een inkomen van ongeveer 15 000 euro. U verwacht voor 2018 echter een inkomen van 30 000 euro. Daarom stort u per kwartaal 800 euro extra in uw spaarpot. Op die manier anticipeert u op een grote regularisatie. Tegen november 2018 ziet u echter dat de verwachte inkomsten toch niet zo hoog lagen als gedacht. Het inkomen van 2018 zal eerder in de buurt van 20 000 euro liggen. Tot 31 december 2018 kan u het geld uit uw spaarpot nog terugvragen, maar daarna niet meer. Vanaf dan moet uw sociaal verzekeringsfonds wachten tot aan de regularisatie om het geld uit uw spaarpot terug te betalen.

Vermindering van de voorlopige bijdragen

U kan uw voorlopige bijdragen ook laten verminderen. Dit kan als uw inkomen onder bepaalde drempels ligt. Deze hangen af van de bijdragecategorie, waartoe u behoort. Hier zijn echter wel voorwaarden aan verbonden. U zult het sociaal verzekeringsfonds immers met “objectieve elementen” moeten overtuigen dat uw netto jaarinkomen van het lopende jaar lager zal uitvallen dan dat van 3 jaar geleden.

Voor de zelfstandige in hoofdberoep zijn de volgende verminderde bijdragen mogelijk:

Vermoedelijk inkomen 2018 Bedrag verminderde bijdrage
Inkomen < 13 550,51 euro 715,64 euro
13 550,50 euro < inkomen > 17 072,57 euro 901,66 euro
17 072,56 euro < inkomen > 21 510,09 euro 1 136,01 euro
21 510,08 euro < inkomen > 27 101,01 euro 1 431,29 euro
27 101,00 euro < inkomen > 38 326,62 euro 2 024,15 euro
38 326,61 euro < inkomen > 54 202,02 euro 2 862,57 euro
Inkomen > 54 202,01 euro Geen vermindering mogelijk

Wat zijn “objectieve elementen”?

Objectieve elementen zijn documenten waarmee u de vermindering van uw inkomen aantoont. Deze elementen worden onderverdeeld in 3 groepen:

  • voorafgaande ervaringen
  • persoonlijke elementen
  • elementen, verbonden aan de zelfstandige activiteit

Om in aanmerking te komen voor een vermindering van de voorlopige bijdragen, moet u voldoen aan twee van de drie criteria.

In onderstaande tabel vindt u enkele concrete voorbeelden van deze objectieve elementen.

Voorafgaande ervaringen

Persoonlijke elementen

Beroepsgebonden elementen

* Twee of meer kwartalen vrijstelling van de Commissie voor vrijstelling in het vorige kalenderjaar

* Er zijn nog minstens twee kwartalen van het vorige kalenderjaar onbetaald

* Ziekte, ongeval, handicap, …

* Bevalling

* OCMW-hulp (moet aangetoond worden met een gedetailleerd verslag)

* Minstens 3 maanden arbeidsongeschikt

* Persoonlijk faillissement sinds 3 jaar geleden en er was geen onderbreking van de onderwerping

* Faillissement van een belangrijke klant

* Daling btw-inkomsten

* Dalende inkomstentrend tijdens de laatste 3 jaren

* Faillissement van de vennootschap waarin u actief was

* Vermindering van tewerkgesteld arbeidskrachten

Hoe doet u uw aanvraag tot vermindering?

U kan uw aanvraag tot vermindering op verschillende manieren doen:

  • via ons klantenportaal
  • per aangetekende brief aan Acerta Sociaal Verzekeringsfonds vzw, Groenenborgerlaan 16, 2610 Antwerpen-Wilrijk 

Regularisatie van de voorlopige bijdragen

Vanaf 2015 betaalt iedere zelfstandige vanaf het vierde bijdragejaar een voorlopige bijdrage, berekend op het inkomen van 3 jaar geleden. Deze voorlopige bijdrage wordt nadien geregulariseerd op het inkomen van het lopende jaar. Deze regularisatie gebeurt na ongeveer twee jaar. 

Voorbeeld

In 2018 betaalt u een voorlopige bijdrage op uw inkomen van 2015. Van zodra het inkomen van 2018 gekend is (ergens in de loop van 2020), zal Acerta nagaan hoeveel uw bijdrage voor 2018 definitief bedraagt. Op dat ogenblik doen wij de “regularisatie”, wat inhoudt dat u ofwel moet bijbetalen, ofwel geld terugkrijgt.

Verhogingen?

Als u uw voorlopige bijdragen betaald heeft op uw inkomen van 3 jaar geleden, dan krijgt u nooit verhogingen op de regularisatiebijdragen. Hetzelfde geldt wanneer u een hogere voorlopige bijdrage betaald heeft, zelfs als u nadien toch moet bijbetalen. 

Opgelet! In de volgende gevallen bent u wel verhogingen verschuldigd.

  • Heeft u een vermindering van uw voorlopige bijdragen gevraagd? Hou dan goed uw inkomen in de gaten. Indien achteraf blijkt dat u te weinig betaald hebt, zijn wij namelijk verplicht om een verhoging van 3 % per kwartaal en 7 % per jaar aan te rekenen. U kan deze verhogingen vermijden door vóór 31 december van het bijdragejaar voldoende bij te storten.
  • Geniet u van een gelijkstelling met bijberoep? Dan moet u uw inkomen van 2018 beperken tot 7 098,30 euro. Indien achteraf blijkt dat uw inkomen hoger is dan deze toegestane grens, zijn wij eveneens verplicht om verhogingen aan te rekenen. U kan deze verhogingen vermijden door in het bijdragejaar zelf per kwartaal minstens de minimumbijdrage hoofdberoep (715,64 euro) te betalen.

Een zelfstandige, die zijn activiteit stopzet, krijgt mogelijks tot 2 jaar na de stopzetting nog regularisaties.

Voorbeeld

U stopt uw activiteit als zelfstandige op 31 december 2018 en wordt nadien loontrekkende. Als we weten dat het ongeveer 2 jaar duurt vooraleer wij de inkomsten van de fiscus krijgen, dan zijn bij uw stopzetting alle bijdragen tot en met 2016 geregulariseerd. De inkomsten van 2017 en 2018 zullen we echter pas ontvangen na de stopzetting, nl. in 2019 en 2020. Als u dus onvoldoende voorlopige bijdragen betaald heeft in 2017 en 2018, zal u in 2019 en 2020 nog een afrekening van uw sociaal verzekeringsfonds krijgen. 

Bijberoep: het buitenbeentje

De zelfstandige in bijberoep is een buitenbeentje in het sociaal statuut van de zelfstandigen. Als zelfstandige in bijberoep betaalt u verminderde bijdragen als u een beperkt inkomen hebt. In bepaalde gevallen betaalt u zelfs geen bijdragen. Dit staat in scherp contrast met de regeling voor zelfstandigen in hoofdberoep: zelfs als zij helemaal geen inkomen hebben, of als hun activiteit verlieslatend is, zijn zij in principe steeds de minimumbijdrage verschuldigd.

Anderzijds levert een zelfstandige activiteit in bijberoep doorgaans geen bijkomende sociale zekerheidsrechten op.

Start u als zelfstandige in bijberoep, dan betaalt u voorlopige bijdragen, zolang uw inkomen niet officieel vaststaat. U kan ervoor kiezen hogere voorafbetalingen te doen om navorderingen te vermijden. Deze extra betalingen komen terecht in de reserve van het lopende bijdragejaar. Met deze reserve of spaarpot kan u anticiperen op een latere regularisatie.

U kan ook een vermindering van uw voorlopige bijdragen vragen. Hiervoor moet u aan de hand van objectieve elementen aantonen hoe hoog u uw inkomen inschat.

Van zodra uw sociaal verzekeringsfonds via de fiscus op de hoogte wordt gebracht van uw definitieve inkomsten worden uw bijdragen definitief berekend. Er zijn dan twee mogelijkheden:

  • Als uw netto jaarinkomen lager is dan 1 499,14 euro worden de voorlopige bijdragen terugbetaald.
  • Als uw netto jaarinkomen hoger is dan 1 499,13  euro, moet u bijbetalen.

Vanaf uw vierde bijdragejaar betaalt u voorlopige bijdragen op uw inkomen van 3 jaar geleden. Deze bijdragen worden nadien geregulariseerd op uw inkomen van het lopende jaar van zodra dit inkomen gekend is. Deze regularisatie gebeurt na ongeveer 2 jaar.

Als zelfstandige in bijberoep kan u uw voorlopige bijdragen ook laten aanpassen. Zo kan u extra betalingen doen, die in de reserve van het lopende bijdragejaar terechtkomen. Hiermee anticipeert u op een latere regularisatie.

U kan ook een vermindering van uw voorlopige bijdragen vragen op basis van objectieve elementen.

Voor een bijberoep zijn de volgende verminderde bijdragen mogelijk:

Vermoedelijk inkomen 2018 Bedrag verminderde bijdrage
Inkomen < 1 499,14 euro 0 euro
1 499,13 < inkomen > 7 098,31 euro 374,89 euro
7 098,30 < inkomen > 13 550,51 euro 715,64 euro
13 550,50 euro < inkomen > 17 072,57 euro 901,66 euro
17 072,56 euro < inkomen > 21 510,09 euro 1 136,01 euro
21 510,08 euro < inkomen > 27 101,01 euro 1 431,29 euro
27 101,00 euro < inkomen > 38 326,62 euro 2 024,14 euro
38 326,61 euro < inkomen > 54 202,02 euro 2 862,57 euro
Inkomen > 54 202,01 euro Geen vermindering mogelijk

Om als zelfstandige in bijberoep te worden beschouwd, moet een van volgende situaties voor u van toepassing zijn:

  • U heeft een niet-zelfstandige hoofdactiviteit.
  • U ontvangt een vervangingsinkomen.
  • U vrijwaart uw pensioenrechten.

Meer informatie over het verschil tussen het statuut van zelfstandige in hoofdberoep en in bijberoep vindt u in het deel Hoofd- of bijberoep van onze website voor starters. Voor meer informatie kan u contact opnemen met de medewerkers van Acerta. U vindt de contactgegevens in het deel Contact.

Meewerkende echtgenoot of echtgenote

Bent u meewerkende echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige en heeft u geen gelijkwaardig statuut, dan moet u aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Wie geboren is vóór 1956 kan kiezen voor het ministatuut of voor het maxistatuut. Wie geboren is na 1955 moet toetreden tot het maxistatuut. U vindt meer informatie in het deel Sluit u aan bij een sociaal verzekeringsfonds van onze site voor starters.

In het ministatuut worden de sociale bijdragen van de meewerkende echtgenote berekend op het netto jaarinkomen waarop ook de bijdragen van de hoofdzelfstandige worden berekend. De bijdragen voor 2018 liggen tussen 27,58 en 155,50 euro. Als uw partner beginnende zelfstandige is en voorlopige bijdragen betaalt, betaalt u als meewerkende echtgeno(o)t(e) ook voorlopige bijdragen. Deze worden achteraf geregulariseerd.

In het maxistatuut wordt het inkomen fiscaal gesplitst tussen man en vrouw. Als meewerkende echtgenoot of echtgenote met maxistatuut verwerft u een volwaardig eigen inkomen, met een eigen kostenaftrek.

De bijdragen van de meewerkende echtgenoot of echtgenote worden dan berekend op het gedeelte van het inkomen dat op zijn of haar naam is aangegeven. In de startjaren zal u als meewerkende echtgenoot of echtgenote een voorlopige bijdrage betalen, berekend op de drempel zoals die geldt binnen het maxistatuut.

Vanaf het vierde bijdragejaar betaalt u als meewerkende echtgenoot of echtgenote in het maxi-statuut een voorlopige bijdrage op het inkomen van 3 jaar geleden. Nadien worden deze voorlopige bijdragen geregulariseerd op het inkomen van het lopende bijdragejaar.

Zoals alle andere zelfstandigen, kan u als meewerkende echtgenoot of echtgenote een aanpassing vragen van uw voorlopige bijdragen. U kan extra stortingen doen, die terecht komen in uw reserve van dat bijdragejaar. Hiermee anticipeert u op een latere regularisatie.

Als uw voorlopige bijdragen te hoog liggen, kan u deze ook laten verminderen. Om dit te bekomen, moet u de daling van uw inkomen aantonen aan de hand van objectieve elementen.

Voor een meewerkende echtgenoot of echtgenote in het maxi-statuut zijn de volgende verminderde bijdragen mogelijk:

Vermoedelijk inkomen 2018 Bedrag verminderde bijdrage
Inkomen < 5 952,75 euro 314,38 euro
5 841,04 < inkomen > 13 550,51 euro 715,64 euro
13 550,50 euro < inkomen > 17 072,57 euro 901,66 euro
17 072,56 euro < inkomen > 21 510,09 euro 1 136,01 euro
21 510,08 euro < inkomen > 27 101,01 euro 1 431,29 euro
27 101,00 euro < inkomen > 38 326,62 euro 2 024,15 euro
38 326,62 euro < inkomen > 54 202,02 euro 2 862,57 euro
Inkomen > 54 202,01 euro Geen vermindering mogelijk

Gepensioneerden

Ook voor gepensioneerden geldt een aparte bijdrageregeling. Ontvangt u een vervroegd pensioen en wilt u nog werken als zelfstandige, dan moet u om uw pensioen te behouden, een maximuminkomen respecteren. U leest meer over het toegelaten inkomen in het deel Specifieke situaties-met pensioen gaan.

Blijven uw inkomsten onder de grens van de toegelaten activiteit, dan blijft u pensioen genieten en wordt uw sociale bijdrage berekend aan 3,675 %. Worden de grenzen van de toegelaten activiteit overschreden met 100 %, dan verliest u uw pensioen en wordt de bijdrage berekend aan hetzelfde percentage als dat van een hoofdberoep.

Bent u 65 jaar of hebt u een loopbaan van 45/45, dan mag u onbeperkt bijverdienen. Toch betaalt u dan het verminderd bijdragepercentage van 3,675 %.

Uw sociale bijdragen worden voorlopig berekend op uw inkomen van 3 jaar geleden. Van zodra het inkomen van het lopende bijdragejaar gekend is, worden deze voorlopige bijdragen geregulariseerd op dit inkomen. Om te vermijden dat u in de fase van de voorlopige bijdragen teveel of te weinig bijdragen betaalt, kan u een vermindering of verhoging van de voorlopige bijdragen vragen.

Betaalt u hogere voorlopige bijdragen, dan komen deze terecht in de reserve van het lopende bijdragejaar. Hiermee legt u al een spaarpotje aan om te anticiperen op de latere regularisatie.

Wil u uw voorlopige bijdragen laten verminderen, dan moet u de daling van uw inkomsten bewijzen aan de hand van objectieve elementen. De grenzen voor de vermindering van uw bijdragen als gepensioneerde leest u in onderstaande tabel. 

Automatische plafonnering beperkt tot 3 jaar

Als gepensioneerde worden uw voorlopige bijdragen, berekend op het inkomen van 3 jaar geleden, geplafonneerd tot het bedrag van uw toegelaten inkomen gedurende de eerste 3 volledige jaren van uw pensionering.

Gaat u bv. met pensioen op 1 januari 2018, dan worden uw voorlopige bijdragen van 2018, 2019 en 2020 geplafonneerd tot het bedrag van het toegelaten inkomen van deze jaren.

Gaat u bv. met pensioen op 1 februari 2018 of later, dan worden uw voorlopige bijdragen van 2018 niet geplafonneerd. De plafonnering gebeurt dan pas vanaf 2019 en geldt tot en met 2021.

In de volgende tabel vindt u de maximale voorlopige bijdragen voor gepensioneerde zelfstandigen, die hun inkomsten moeten beperken.

Maximale voorlopige bijdragen voor zelfstandigen met een vervroegd pensioen
Vervroegd pensioen Maximuminkomen Maximumbijdrage in 2018
zonder kinderlast 6 417,00 243,01
met kinderlast 9 427,00 364,55

Regularisatie

Zoals bij alle andere zelfstandigen worden uw voorlopige bijdragen als gepensioneerde ook geregulariseerd. Dit gebeurt van zodra het inkomen van het betrokken jaar gekend is. Dat is ongeveer 2 jaar later.

Bij die regularisatie worden de bijdragen echter niet meer geplafonneerd tot de grenzen van de toegelaten activiteit. De regularisatie gebeurt dus op het volledige jaarinkomen.

Starters

Als starter betaalt u een voorlopige forfaitaire bijdrage. Zonder raming bedraagt die 113,55 euro (3,675% berekend op de drempel van 2 998,29 euro). Als u verwacht dat uw inkomen lager zal zijn dan 2 998,29 euro, kan u een vrijstelling van bijdragen aanvragen. Van zodra uw definitieve inkomen gekend is, gebeurt er zo nodig een regularisatie.

Specifieke situaties

U hoeft geen sociale bijdragen te betalen als een van volgende situaties voor u van toepassing is:

  • Het referte-inkomen is lager dan 2 988,29 euro.
  • U bent actieve gepensioneerde landbouwer of tuinbouwer en uw activiteit blijft beperkt tot een wettelijk bepaalde oppervlakte. U moet wel aangifte doen van deze activiteit aan de pensioendiensten, anders loopt u het risico een maand pensioen te verliezen. De bewerkte gronden mogen niet groter zijn dan:
    • 1 ha (landbouwgrond, maai- of grasweide)
    • 35 a (gewone boomgaard)
    • 15 a (groenten)
    • 15 a (tabak of hop)
    • 15 a (geneeskrachtige planten of intensieve boomgaard)
    • 12,5 a (boomkwekerij of rijbos)
    • 10 a (witloof)
    • 3 a (bloemen en sierplanten)
    • 200 m² serre(s)

Voor gemengde teelt zijn er bijkomende grenzen. Voor meer uitleg kunt u terecht bij de medewerkers van Acerta Sociaal Verzekeringsfonds.

  • U oefent als actieve gepensioneerde een kosteloos mandaat uit. De kosteloosheid van het mandaat moet blijken uit de statuten, uit een verslag van de algemene vergadering of uit een verklaring van een orgaan van de vennootschap. Dit geldt enkel voor een kosteloos mandaat in de strikte zin van het woord (dus het leiden van de vennootschap en stellen van rechtshandelingen namens de vennootschap). In dat geval bent u niet langer verzekeringsplichtig. Als u naast uw mandaat ook uitvoerende taken waarneemt in de vennootschap (dienstverlening aan klanten, administratief of boekhoudkundig werk, technische taken, enz.) blijft u wel aangesloten. U hebt dan een dubbele hoedanigheid, meestal mandataris en werkend vennoot.

Overlevingspensioen

In de volgende tabel vindt u de maximale voorlopige bijdragen voor zelfstandigen met een overlevingspensioen, die hun inkomsten moeten  beperken. 

Maximale voorlopige bijdragen voor zelfstandigen die een overlevingspensioen ontvangen
Overlevingspensioen Maximuminkomen Maximumbijdrage in 2018
zonder kinderlast 14 942,00 789,14
met kinderlast 18 677,00 986,39

Bent u een starter met een overlevingspensioen, dan gelden dezelfde voorlopige bijdragen als voor een hoofdberoep. Verwacht u dat uw netto jaarinkomen als zelfstandige lager zijn dan 7 098,31 euro, dan kan u een gelijkstelling met een bijberoep aanvragen. U betaalt dan verminderde sociale bijdragen of u bent vrijgesteld. Hieronder leest u er meer over.

Weduwen en weduwnaars met een overgangsuitkering moeten hun inkomsten niet beperken. Zij mogen onbeperkt verder werken. 

Gelijkstelling met een bijberoep (artikel 37)

Als u naast uw zelfstandig beroep geen enkele andere beroepsactiviteit uitoefent waardoor u uw sociale rechten kunt vrijwaren, moet u aansluiten als zelfstandige in hoofdberoep. De wet voorziet echter een uitzondering voor zelfstandigen met beperkte inkomsten.

Als u aan een aantal voorwaarden voldoet, kunt u genieten van vrijstelling of vermindering van de aangerekende bijdragen. Deze uitzondering is opgenomen in artikel 37 van het ARS, het algemeen reglement over het sociaal statuut van de zelfstandigen.

Op basis van artikel 37 kan uw hoofdberoep gelijkgesteld worden met een bijberoep. Dat kan alleen als u via een andere weg uw socialezekerheidsrechten vrijwaart. In de volgende gevallen is dit mogelijk:

  • Als gehuwde kunt u een gelijkstelling aanvragen als uw echtgenoot of echtgenote volwaardige rechten opent voor pensioen, kinderbijslag en ziekteverzekering (tak geneeskundige zorgen)
  • Als u een overlevingspensioen geniet, komt u ook in aanmerking voor toepassing van artikel 37. Via het overlevingspensioen vrijwaart u uw rechten op ziekteverzekering, kinderbijslag en pensioen.
  • Vanaf 1 juli 1992 kunnen politieke mandatarissen die ook een zelfstandige activiteit uitoefenen, vrijstelling (geen vermindering) van sociale bijdragen aanvragen op basis van artikel 37.
  • Vastbenoemde leerkrachten die een pensioen als ambtenaar opbouwen en tewerkgesteld zijn in het onderwijs met een uurrooster tussen de 50 en de 60%.

Om in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 37 gelden specifieke inkomensgrenzen voor uw nettoberoepsinkomen:

  • als het netto jaarinkomen uit uw zelfstandige activiteit lager is dan 1 499,14 euro, zijn er geen bijdragen verschuldigd
  • als het netto jaarinkomen uit uw zelfstandige activiteit tussen 1 499,13 euro en 7 098,31 euro ligt, is slechts een verminderde bijdrage verschuldigd.
  • als het netto jaarinkomen uit uw zelfstandige activiteit hoger ligt dan 7 098,30 euro, dan is artikel 37 niet meer van toepassing en moeten de bijdragen voor een hoofdberoep betaald worden. De minimumbijdrage in dit geval bedraagt 715,64 euro per kwartaal.

Opgelet: indien uw inkomen de toegelaten grens overschrijdt, zijn wij op het moment van de regularisatie van de voorlopige bijdragen verplicht om verhogingen aan te rekenen. U kan deze verhogingen vermijden door in het bijdragejaar zelf per kwartaal minstens de minimumbijdrage hoofdberoep te betalen. 

In de onderstaande publicatie vindt u de sociale bijdragen die zelfstandigen vandaag betalen bij Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. In de bijdragen in de tabel zitten ook de beheerskosten van Acerta Sociaal Verzekeringsfonds verrekend. Acerta past een kostenpercentage van 3,05% toe. Dit kostenpercentage is het laagste van het land.


Belangrijk!
Denk eraan dat u geen sociale rechten opbouwt als zelfstandige als u verminderde bijdragen betaalt of vrijgesteld bent. Pas als uw sociale bijdragen minstens zo hoog zijn als de minimumbijdragen van een hoofdberoep, bouwt u ook als zelfstandige sociale rechten op.

Uw aanvraag voor de gelijkstelling bijberoep blijft geldig zolang u er niet aan verzaakt. Een aanvraag tot verzaking is dus mogelijk, maar heeft pas uitwerking vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar van uw aanvraag tot verzaking.

De betaling van uw sociale bijdragen

In de eerste maand van ieder kwartaal (januari, april, juli en oktober) stuurt Acerta Sociaal Verzekeringsfonds u een afrekening, met de bijdragen die verschuldigd zijn, de inkomsten die als berekeningsbasis hebben gediend en de uiterste betaaldatum. Het vereiste bedrag moet uiterlijk de laatste dag van het kwartaal op de rekening van het sociaal verzekeringsfonds staan.

Laat u niet verrassen door de zogenaamde valutadagen die banken hanteren. U geeft uw betalingsopdracht dus best enkele dagen vooraf, bijvoorbeeld rond de twintigste dag van de laatste maand van elk kwartaal (maart, juni, september en december).

Denk eraan dat u zich nooit kunt beroepen op het feit dat u geen afrekening hebt ontvangen om aan uw bijdrageplicht te ontsnappen.

Alle betaalde sociale bijdragen zijn fiscaal aftrekbaar.

Als u niet of te laat betaalt

Op basis van uw bijdragen (hoofdberoep) bouwt u sociale rechten op. Niet betalen heeft dan ook verstrekkende gevolgen:

  • voor elk kwartaal waarvoor geen bijdrage is betaald, bouwt u geen pensioen op
  • in de ziekteverzekering verliest u uw rechten

Hebt u betalingsmoeilijkheden, neem dan zo snel mogelijk contact op met Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. U vindt meer informatie in het deel Betalingsmoeilijkheden.

Als u te laat betaalt, wordt een verhoging aangerekend. Als u uw sociale bijdrage van een bepaald kwartaal niet betaald hebt tegen de uiterste betaaldatum, wordt deze bijdrage verhoogd met 3%. Zolang deze bijdrage niet volledig betaald is, wordt bij het verstrijken van elk volgend kwartaal, de verhoging opnieuw toegepast op het onbetaalde gedeelte.

Boven op de verhoging van 3% per kwartaal komt een bijkomende verhoging van 7% op het einde van het jaar. De sociale bijdragen die op het einde van een kalenderjaar vervallen maar die op 31 december van dat jaar niet op onze rekening staan, worden verhoogd met 7%. Deze verhoging wordt slechts één keer per jaar toegepast. De schuld uit het verleden wordt niet meegenomen in deze intrestberekening.

Als u in het vierde kwartaal van een bepaald jaar een afrekening krijgt, waarvoor één kwartaal uitstel van betaling geldt (bijvoorbeeld een regularisatie of eerste en tweede kwartaal begin van activiteit), wordt op dat bedrag de verhoging van 7% niet toegepast.

Het sociaal verzekeringsfonds mag de aangerekende verhogingen nooit zelf kwijtschelden. Enkel het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) is hiertoe bevoegd. Er wordt echter pas uitspraak gedaan indien de volledige hoofdsom van de sociale bijdragen betaald is.

Denk eraan dat het Sociaal Verzekeringsfonds een gerechtelijke procedure zal aanvatten als u uw bijdragen niet betaalt zonder geldige reden. Vergeet dus niet tijdig contact op te nemen met het sociaal verzekeringsfonds van Acerta. U vindt de contactgegevens via de link Contact.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Acerta kan ook een beroep doen op de hoofdelijk aansprakelijke voor de betaling van de bijdragen. In het sociaal statuut zijn er 3 gevallen van hoofdelijkheid :

  • De zelfstandige is hoofdelijk aansprakelijk voor de bijdragen van zijn helper.
  • De rechtspersoon is hoofdelijk aansprakelijk voor de bijdragen van zijn mandatarissen en werkende vennoten.
  • De bestuurders, zaakvoerders en werkende vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsbijdrage van de rechtspersoon waarin ze actief zijn.

In al deze gevallen kan Acerta dus twee personen aanspreken voor éénzelfde schuld. Het fonds beslist zelf of ze slechts één van beide zal vervolgen of beide (tegelijk of achtereenvolgens).

Vennootschapsbijdragen

Elke vennootschap, onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting der niet-verblijfhouders, moet binnen drie maanden na de neerlegging van de oprichtingsakte aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en de jaarlijkse vennootschapsbijdrage betalen. 

Vzw’s, feitelijke verenigingen en de burgerlijke vennootschappen die geen handelsvorm hebben aangenomen, zijn vrijgesteld. Ook als mandataris moet u aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

De jaarrekening van het voorlaatste afgesloten boekjaar is bepalend voor de vennootschapsbijdrage die uw vennootschap moet betalen. Voor het bijdragejaar 2017 is dit het boekjaar 2015. Vennootschappen leggen hun jaarrekening neer bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België (NBB). De overheid baseert zich op de gegevens van de NBB om te bepalen welke vennootschappen de lage of de hoge bijdrage verschuldigd zijn. U hoeft dus geen formulieren of bewijsstukken in te dienen bij uw sociaal verzekeringsfonds.

Vennootschappen met een balanstotaal van maximaal 667 529,12 euro betalen voor 2017 een bijdrage van 347,50 euro. Vennootschappen met een balanstotaal hoger dan 667 529,12 euro betalen 868 euro.

Omdat er voor pas opgerichte vennootschappen geen voorlaatste boekjaar is waarop de bijdrage gebaseerd kan zijn, betalen zij de lage bijdrage van 347,50 euro.

Bestaande vennootschappen of vennootschappen die opgericht worden vóór 1 april van het bijdragejaar, moeten de bijdrage betalen vóór 1 juli. Vennootschappen die opgericht zijn vanaf 1 april zijn de bijdrage verschuldigd op het einde van de derde maand volgend op de maand van de neerlegging van de oprichtingsakte. Betaal zeker op tijd, want op het bedrag dat niet tijdig betaald is, wordt een verhoging aangerekend van 1 % per maand vertraging. U kunt in behartigenswaardige omstandigheden of in gevallen van overmacht kwijtschelding van deze verhogingen aanvragen.

Sommige vennootschappen zijn gedurende de eerste drie jaren vanaf hun oprichting vrijgesteld van de vennootschapsbijdrage. Zij moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. Het moet gaan om een personenvennootschap. Kapitaalsvennootschappen zoals de NV en de Commanditaire vennootschap op aandelen komen dus niet in aanmerking.
  2. De vennootschap moet in de KBO ingeschreven zijn als commerciële onderneming of ambachtsonderneming. Burgerlijke vennootschappen (artsen, verplegers, kinesitherapeuten en andere vrije beroepen) kunnen dus geen vrijstelling genieten.
  3. In de loop van de periode van 10 jaar vóór de oprichting mogen de zaakvoerders of bestuurders én de meerderheid van de werkende vennoten (die geen zaakvoerder of bestuurder zijn) ten hoogste 3 jaar zelfstandige geweest zijn.

De vrijstelling wordt per jaar beoordeeld; de voorwaarden moeten dus ieder jaar opnieuw vervuld zijn. Het sociaal verzekeringsfonds doet jaarlijks een onderzoek naar het beroepsverleden van de zaakvoerder(s) en de werkende vennoten.

Als uw vennootschap gedurende een bepaald jaar geen enkele activiteit heeft gehad, moet u de vennootschapsbijdrage voor dat kalenderjaar niet betalen. Het sociaal verzekeringsfonds mag deze vrijstelling toestaan op basis van een attest van de Controleur van de dienst vennootschapsbelastingen met de vermelding dat de vennootschap met ingang vanaf een bepaald kalenderjaar geen handels- of burgerrechtelijke activiteit meer uitoefent. Een verklaring dat er geen aangifte werd gedaan, is onvoldoende om de bijdrage te annuleren.

Sociaal statuut
Rechten en plichten
Wijzigingen sociaal statuut
Verzekeringen
Pensioen
Wettelijk pensioen
Pensioen berekenen
Met pensioen gaan
Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ)
Onderneming
Je eigen website
Wijzigingen onderneming
Steunmaatregelen
Aftrekbare kosten
Vervangende ondernemer
Bedrijfsleider
Eerste werknemer
Aanwerven
Verlonen
Klanteninformatie
Documenten
Publicaties
Tarieven
Nieuws
FAQ
Infosessies
Tools
Aanvraag attesten
Berekeningen
€-conometer