Naar inhoud

Home Sociaal statuut Rechten en plichten Kinderbijslag en premies

Kinderbijslag en premies

Als zelfstandige hebt u recht op kinderbijslag voor de kinderen die u ten laste hebt. Naast de gewone kinderbijslag kunt u ook genieten van specifieke premies.

Het recht op kinderbijslag in de regeling van de zelfstandigen ontstaat pas als er binnen het gezin geen recht bestaat in een andere regeling, bijvoorbeeld de regeling voor werknemers. Als uw partner loontrekkende is en minstens halftijds is tewerkgesteld, betaalt het kinderbijslagfonds van de werkgever van uw partner bij voorrang de gezinsbijslagen uit. Op deze algemene regel zijn er wel uitzonderingen (voornamelijk bij recht op verhoogde wezenbijslag en verhoogde kinderbijslag voor invaliden binnen het stelsel voor zelfstandigen – u leest er hieronder meer over).

Hieronder vindt u algemene informatie over kinderbijslag en premies. Na de geboorte van een kind hebben vrouwelijke zelfstandigen onder andere ook recht op dienstencheques. Over deze en andere steunmaatregelen voor zelfstandigen bij geboorte en adoptie vindt u meer informatie in het deel Geboorte of adoptie.

Kinderbijslag

De lijst van de mogelijke rechthebbenden:

  • U bent zelfstandige in hoofdberoep of u bent zelfstandige in bijberoep maar betaalt sociale bijdragen die minstens gelijk zijn aan die van een zelfstandige in hoofdberoep. Uw meewerkende partner die is aangesloten in het maxistatuut is eveneens rechthebbende.
  • U bent arbeidsongeschikte zelfstandige en kunt aantonen dat u rechthebbende was op het ogenblik dat het ongeval of de ziekte zich voordeed én dit gedurende twee van de vier kwartalen voor het ongeval of de ziekte.
  • U krijgt een pensioenuitkering als zelfstandige.
  • U bent zelfstandige met een voortgezette verzekering.
  • U bent een gefailleerde zelfstandige en geniet een faillissementsuitkering.
  • U bent een zelfstandige die van zijn vrijheid werd beroofd (onder bepaalde voorwaarden).
  • U bent weduwe van een zelfstandige of wees.
  • U zet uw activiteit als zelfstandige stop en was rechthebbende gedurende twee van de vier kwartalen voor de datum van stopzetting. In dat geval hebt u nog voor twee kwartalen recht op kinderbijslag.

Voorrangsregel:

Voor één kind kan slechts één maal recht op gezinsbijslag ontstaan. Als er binnen uw gezin meer dan één persoon recht op kinderbijslag heeft, wordt voorrang gegeven aan de persoon die het kind in zijn gezin of hoofdzakelijk op zijn kosten opvoedt. Als dit niet van toepassing is op uw gezinssituatie, geldt de volgende voorrangsvolgorde:

  1. de vader
  2. de moeder
  3. de stiefvader
  4. de stiefmoeder
  5. de oudste van de rechthebbenden

U kunt kinderbijslag aanvragen voor:

  • uw eigen kinderen, de kinderen van uw partner en voor uw gemeenschappelijke kinderen
  • geadopteerde kinderen en kinderen die door uw partner zijn geadopteerd
  • kinderen waarvoor u of uw partner pleegvoogd bent/is
  • klein- en achterkleinkinderen, neven en nichten, ook die van uw partner of gewezen partner of die van de persoon met wie u een feitelijk gezin vormt of een wettelijk samenwoningscontract afsloot
  • kinderen van uw ex-partner die in uw gezin verblijven
  • in het gezin geplaatste kinderen
  • kinderen die in uw gezin verblijven en over wie u of uw partner het ouderlijk gezag uitoefent zoals bepaald door een vonnis van de jeugdrechtbank

U hebt onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag voor kinderen ten laste tot 31 augustus van het jaar waarin ze 18 jaar worden. De kinderbijslag wordt verlengd tot 21 jaar als het kind gehandicapt is. U kunt nog tot de leeftijd van 25 jaar kinderbijslag krijgen als uw kind:

  • een leerovereenkomst heeft
  • les volgt in het niet-hoger onderwijs
  • ingeschreven is voor ten minste 27 studiepunten in het hoger onderwijs
  • een eindverhandeling voorbereidt bij het einde van de hogere studies (maximum 1 jaar na het einde van de zomervakantie)
  • een stage volgt om te worden benoemd in een openbaar ambt
  • ingeschreven is als werkzoekende

De kinderbijslag voor zelfstandigen wordt in de volgende rangorde uitbetaald aan:

  • de vader
  • de moeder – op haar uitdrukkelijk verzoek en als de vader zich niet verzet of als die onbekend of overleden is
  • de persoon die het kind opvoedt in zijn gezin of die het hoofdzakelijk op zijn kosten laat opvoeden – op zijn uitdrukkelijk verzoek en zonder verzet van de vader of moeder
  • de moeder – bij een scheiding met co-ouderschap waarbij het kind niet uitsluitend of hoofdzakelijk door een andere bijslagtrekkende wordt opgevoed. Op uitdrukkelijk verzoek van de vader kan de kinderbijslag integraal aan de vader worden uitbetaald als het kind en de vader dezelfde hoofdverblijfplaats hebben. Op verzoek van de beide ouders kan de uitbetaling gebeuren op een rekening waartoe zij allebei toegang hebben. Wanneer de ouders over de toekenning van de kinderbijslag geen akkoord bereiken, kunnen zij de arbeidsrechtbank vragen om de bijslagtrekkende aan te duiden
  • de instelling, als het kind geplaatst is

De kinderbijslag wordt rechtstreeks aan het kind uitbetaald als het kind:

  • gehuwd is
  • ontvoogd is of de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en een hoofdverblijfplaats heeft die verschillend is van die van de persoon die hierboven wordt vermeld
  • zelf kinderbijslag ontvangt voor één of meer van zijn eigen kinderen (opgelet: de kinderbijslag kan verminderen)

Als uw kind zelf kinderbijslag ontvangt, kan hij of zij een verwante in de eerste graad als bijslagtrekkende aanwijzen.

Hoe verloopt de betaling?

Het verzekeringsfonds waarbij de rechthebbende is aangesloten betaalt de gezinsbijslag aan de bijslagtrekkende. De betaling gebeurt in de loop van de maand die volgt op de maand waarop de kinderbijslag betrekking heeft. Voor loontrekkenden gebeurt de betaling pas omstreeks de tiende werkdag. Acerta Sociaal verzekeringsfonds betaalt de kinderbijslag steeds uit op de eerste werkdag van de maand.

De uitkeringen

Het basisbedrag dat u als zelfstandige ontvangt voor het eerste kind is lager dan voor loontrekkenden als u actieve of gepensioneerde zelfstandige bent.
Naast het basisbedrag bestaan er nog tal van bijkomende uitkeringen. Hieronder leest u er meer over. Voor meer info en administratieve formaliteiten kunt u contact opnemen met Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. U vindt de contactgegevens via de link Contact.

Verhoogde kinderbijslag bij pensioen of arbeidsongeschiktheid

Als u met pensioen gaat of arbeidsongeschikt wordt (vanaf de zevende maand na de erkenning door het ziekenfonds), kunt u in de meeste gevallen genieten van verhoogde kinderbijslag. U komt hiervoor in aanmerking als uw gezinsinkomen niet hoger is dan het wettelijk vastgestelde bedrag. Zo mag in een klassiek samengesteld gezin het gezamenlijk inkomen van de rechthebbende en zijn of haar partner niet hoger zijn dan 2.217,20 euro bruto per maand. Bij scheiding mag het inkomen van de bijslagtrekkende ouder die gescheiden leeft van de rechthebbende ouder en die niet is hertrouwd en geen nieuw gezin vormt, niet hoger liggen dan 2.144,07 euro bruto per maand. Houd er ook rekening mee dat bij het bepalen van het gezinsinkomen de fiscale toekenning of bezoldiging van een meewerkende partner meetelt.

Verhoogde kinderbijslag voor mindervalide kinderen

Voor mindervalide kinderen wordt voor de berekening van de kinderbijslag niet alleen rekening gehouden met de ziekte of handicap van het mindervalide kind, maar ook met de gevolgen ervan voor het gezin. Als uw kind door de bevoegde overheidsdiensten erkend is als ziek of gehandicapt en jonger is dan 21 jaar, kunt u onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor verhoogde kinderbijslag.

Aanvulling voor wezen

Wie zijn vader of moeder verliest door overlijden, kan aanvullende kinderbijslag aanvragen (wezenbijslag). Dat kan op voorwaarde dat op het moment van overlijden ten minste één ouder rechthebbende was. Hij of zij moet gedurende twee van de vier kwartalen voor het overlijden ofwel gedurende ten minste de helft van de referteperiode rechthebbende zijn geweest. De referteperiode is de periode die begint op 1 januari 1946 of op 1 januari van het jaar van de twintigste verjaardag. Ze eindigt bij het overlijden of op de dag waarop de overleden ouder de pensioenleeftijd heeft bereikt. Uw kind heeft niet langer recht op wezenbijslag als de overlevende ouder hertrouwt of een nieuw gezin vormt.

Leeftijdbijslag

Als uw kinderen 6,12 en 18 jaar worden, kunt u naast het basisbedrag genieten van een leeftijdsbijslag. Op die leeftijden worden de gewone kinderbijslag, de verhoogde kinderbijslag en de wezenbijslag trapsgewijs verhoogd. U hebt geen recht op leeftijdsbijslag voor het enige of jongste kind met recht op gewone kinderbijslag.

Jaarlijkse leeftijdstoeslag (schoolpremie)

Sinds 2006 krijgt u voor een schoolgaand kind financiële steun in de vorm van een schoolpremie (jaarlijkse bijslag). De bedragen zijn betaalbaar in augustus:

Voor kinderen die minder dan 5 jaar worden op 31/12/2009 € 26,53
Voor kinderen die minstens 5 jaar en minder dan 11 worden op 31/12/2009 € 56,31
Voor kinderen die minstens 11 jaar en minder dan 17 jaar worden op 31/12/2009 € 78,83
Voor kinderen die minstens 17 worden op 31/12/2009 € 79,59

Aanvulling voor werklozen die een zelfstandige activiteit beginnen

Wanneer u als uitkeringsgerechtigde langdurig werkloze een zelfstandige activiteit opstart, kunt u een aanvulling op de kinderbijslag ontvangen voor dat kwartaal en voor de zeven daaropvolgende kwartalen. Om in aanmerking te komen voor de extra bijslag, mag uw maandelijkse inkomen niet te hoog liggen. In een klassiek samengesteld gezin mag het gezamenlijk inkomen van de rechthebbende en zijn of haar partner niet hoger zijn dan 2.217,20 euro bruto per maand. Bij scheiding mag het inkomen van de bijslagtrekkende ouder die gescheiden leeft van de rechthebbende ouder en die niet is hertrouwd en geen nieuw gezin vormt, niet hoger liggen dan 2.144,07 euro bruto per maand. Houd er ook rekening mee dat bij het bepalen van het gezinsinkomen de fiscale toekenning of bezoldiging van een meewerkende partner meetelt.

Aanvulling voor eenoudergezinnen

Ook eenoudergezinnen krijgen een financiële ruggensteun. Als u recht hebt op gewone kinderbijslag en uw bruto inkomsten niet hoger liggen dan 2.144,07 euro per maand, krijgt u maandelijks een extra bedrag van een bijslag van 44,17 euro voor het eerste kind, 27,38 euro voor het tweede kind en 22,08 euro voor het derde kind. Voor inkomsten uit een uitsluitend zelfstandige activiteit ligt de grens bij 1.715,25 euro netto per maand. Voor éénoudergezinnen die al verhoogde kinderbijslag ontvangen wegens pensionering, gewezen werkloosheid of ziekte, is de sociale toeslag enkel van toepassing vanaf het derde kind.

Kraamgeld of adoptiepremie

Bij een geboorte krijgt u eenmalig kraamgeld voor een kind dat recht geeft op kinderbijslag. U kunt de voorafbetaling van het kraamgeld aanvragen vanaf de zesde maand van de zwangerschap. De uitbetaling kunt u ten vroegste twee maanden vóór de vermoedelijke geboortedatum verwachten. Ook bij een miskraam of doodgeboren kind hebt u recht op kraamgeld als een akte van aangifte van een levenloos kind door de ambtenaar van de burgerlijke stand is opgesteld.

Het bedrag van het kraamgeld is niet hetzelfde voor elk kind. Voor een eerste kind ontvangt u een hoger bedrag dan voor volgende kinderen. Alleen bij meerlingen worden alle kinderen als eerstgeborenen beschouwd.

Bij adoptie kunt u een adoptiepremie aanvragen. Daarvoor moet u als zelfstandige of als partner van een zelfstandige de adoptieakte ondertekenen en moet het kind deel uitmaken van uw gezin.

Hoe u de premies aanvraagt, leest u in het deel Geboorte of adoptie.

Dienstencheques

Zelfstandige moeders hebben na de geboorte van hun kind recht op 105 dienstencheques met een waarde van 7,50 euro en een geldigheidsduur van 8 maanden. Deze moederschapshulp tracht de situatie van zelfstandige moeders te ondersteunen.

De cheques kunnen gebruikt worden voor huishoudelijke hulp via een erkende organisatie (zie www.dienstencheques-rva.be). Per gepresteerd uur wordt 1 dienstencheque ingeruild. Om te kunnen genieten van deze regeling moeten een aantal voorwaarden vervuld zijn:

  • U bent zelfstandige of meewerkende echtgenote en zet uw activiteit verder na de periode van moederschapsrust
  • Uw kind verblijft in het gezin van de moeder
  • U betaalt sociale bijdragen voor een hoofdberoep of u bent meewerkende echtgenote in het maxistatuut (gedurende minstens twee kwartalen voorafgaand aan de bevalling)
  • U moet in orde zijn met de voorlopige of definitieve bijdrage van de 2 kwartalen voorafgaand aan de bevalling. Deze regeling geldt voor alle bevallingen vanaf 1 januari 2009. Voor bevallingen vóór die datum moet ook de bijdrage van het kwartaal van bevalling betaald zijn om recht te hebben op moederschapshulp.

Hoe u de dienstencheques aanvraagt, leest u in het deel Geboorte of adoptie.

Belangrijk!

Het is onmogelijk om inzake kinderbijslag alles te bespreken. De regelgeving is zeer complex en de praktijk bevat tal van uitzonderingen en varianten. We hebben zo veel mogelijk aspecten toegelicht, maar aarzel niet om uw concrete situatie met één van de medewerkers van het Acerta Sociaal Verzekeringsfonds te bespreken. U vindt de contactgegevens in het deel Contact.

Breng Acerta meteen op de hoogte bij elke wijziging in uw gezinssituatie en in de beroepssituatie van u en uw partner. Zo ontvangt u snel de kinderbijslagen die u toekomen.

Overzicht gezinsbijslagen voor zelfstandigen

Gezinsbijslagen voor zelfstandigen (alle bedragen in euro)
 
A. Kraamgeld en Adoptiepremie
(éénmalige premies)
Kraamgeld eerste kind 1175.56
Kraamgeld voor een volgend kind 884.47
Adoptiepremie per adoptie 1175.56
 
B. Basisbedragen
Gewone kinderbijslag
Voor het eerste kind 81.15
Voor het eerste kind indien dit gehandicapt is 86.77
Voor het tweede kind 160.55
Voor het derde en volgend kind 239.72
Kinderen van arbeidsongeschikte of invalide zelfstandigen
Voor het eerste kind 181.81
Voor het tweede kind 187.93
Voor het derde en volgend kind 244.53
Kinderen van gepensioneerden
Voor het eerste kind 107.00
Voor het eerste kind indien dit gehandicapt is 130.94
Voor het tweede kind 187.93
Voor het derde en volgend kind 244.53
Wezenbijslag
Per kind 333.33
 
C. Aanvullende bijslag
Gehandicapt kind geboren voor 1 januari 1993
0 - 3 punten zelfredzaamheid 390.36
4 - 6 punten zelfredzaamheid 427.31
7 - 9 punten zelfredzaamheid 456.79
Gehandicapt kind geboren na 31 december 1992
0-5 punten over drie pijlers  
4-5 punten over drie pijlers en minimum 4 punten in pijler 1 76.09
6-8 punten over drie pijlers 101.34
9-11 punten over drie pijlers 236.48
12-14 punten over drie pijlers of minimum 4 punten in pijler 1en minimum 6 punten en maximum 11 punten over de drie pijlers 390.36
15-17 punten over drie pijlers 443.87
18-20 punten over drie pijlers 475.58
> 20 punten over drie pijlers 507.28
Bijslag voor kinderen van volledig uitkeringsgerechtigde werklozen die met een zelfstandige activiteit starten
Voor het eerste kind 125.32
Voor het tweede kind 187.93
Voor het derde en volgend kind 244.53
Leeftijdsbijslag
Kind tussen 6 en 12 30.15
Kind tussen 12 en 18 46.06
Kind boven de 18 jaar: oudste 50.83
Kind boven de 18 jaar: volgende 58.57
Er is geen recht op leeftijdsbijslag voor het enig of het jongste kind met recht op gewone kinderbijslag
Eénoudergezinnen
Gewone bijslag voor het eerste kind 44.17
Gewone bijslag voor het tweede kind 27.38
Gewone bijslag voor het derde kind 22.08
Gewone bijslag voor gehandicapt kind 22.08
Invalide of gepensioneerde zelfstandige vanaf het derde kind 17.27
 
D. Jaarlijkse toeslag (voorheen schoolpremie)
Voor kinderen minder dan 5 jaar op 31/12/2009 26.53
Voor kinderen minstens 5 jaar en minder dan 11 op 31/12/2009 56.31
Voor kinderen minstens 11 jaar en minder dan 17 jaar op 31/12/2009 78.83
Voor kinderen minstens 17 op 31/12/2009 79,59
 
E. Grensbedragen
Loongrens
Leercontracten en werkzoekende schoolverlaters (bruto per maand) 499.86
Bij overschrijding van dit bedrag verliezen als werkzoekende ingeschreven schoolverlaters, kinderen met een leerovereenkomst of kinderen die onderwijs met een beperkt leerplan volgen, hun rechten.
Grens beroeps- en vervangingsinkomen personen ten laste
Rechthebbende of bijslagtrekkende woont alleen met kind (bruto per maand) 2144.07
Rechthebbende en partner wonen samen met kind (bruto per maand) 2217.20
Bij overschrijding van deze bedragen kunnen gepensioneerden, werklozen en invaliden niet langer van het verhoogde tarief genieten.
Wat Acerta voor u kan doen!
Maak uw profiel aan

Nieuws voor de zelfstandige

Naar nieuwsberichten

Sociaal statuut
Rechten en plichten
Specifieke situaties
Vrij Aanvullend Pensioen (VAPZ)
Andere aanvullende verzekeringen
Onderneming
Specifieke situaties
Steunmaatregelen
Aftrekbare kosten
Personeel
Aanwerven
Verlonen
Ontslaan
Infobank
Documenten
Publicaties
Nieuws
FAQ
Events
Links
Partners
Toolbox
Aansluiting Acerta
Berekeningen
€-conometer
Web Specials
Over Acerta
Mijn profiel