Naar inhoud

Home Pensioen Wettelijk pensioen

Het wettelijk pensioen

Het huidige wettelijk pensioen voor zelfstandigen is vaak ontoereikend om uw huidige levensstandaard ook na pensionering te kunnen handhaven. Begin dus beter vandaag dan morgen zelf te sparen voor uw pensioen.

Daarom raden we u aan te kiezen voor een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ). Een aanvullende pensioenverzekering is niet verplicht, maar het is ongetwijfeld één van de meest interessante spaarformules voor zelfstandigen. De bijdragen die u voor uw VAPZ betaalt, zijn fiscaal aftrekbaar. De premie die u bij uw pensioen uitbetaald krijgt, wordt mild belast. Als zelfstandige in bijberoep kunt u alleen een VAPZ afsluiten als uw sociale bijdragen minstens even hoog zijn als die van een hoofdberoep. U leest er meer over in het deel VAPZ.

Rustpensioen

Bereikt u als zelfstandige de wettelijke of de vervroegde pensioenleeftijd, dan kunt u aanspraak maken op een rustpensioen. Het kan gaan om een gezinspensioen of een pensioen als alleenstaande. Als uw echtgenoot of echtgenote ook een eigen loopbaan kan bewijzen, kan hij of zij in principe aanspraak maken op een eigen rustpensioen als alleenstaande. In dat geval krijgt u ook een rustpensioen als alleenstaande toegekend. De pensioendienst van de overheid zal steeds het meest voordelige toekennen, twee pensioenen als alleenstaande of één gezinspensioen.

Sinds 2009 is de wettelijke pensioenleeftijd 65 jaar, zowel voor mannen als voor vrouwen. In de toekomst wordt deze leeftijd opgetrokken naar 67 jaar, zoals u kan lezen in de volgende tabel. 

Optrekking wettelijke pensioenleeftijd
Tot en met januari 2025 65 jaar
1 februari 2025 - 1 januari 2030 66 jaar
Vanaf 1 februari 2030 67 jaar

In de meeste gevallen is er recht op het minimumpensioen in verhouding tot de loopbaan. Zelfstandigen die vanaf 1984 relatief hoge sociale bijdragen hebben betaald, krijgen een hoger proportioneel pensioen (maximum 20 279,15 euro op 65 jaar).

Vervroegd pensioen - voorwaarden

Tot en met 2012 kon u als zelfstandige met vervroegd pensioen gaan vanaf 60 jaar, op voorwaarde dat u 35 actieve jaren kon bewijzen. 

Sinds 2013 wordt de minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen geleidelijk opgetrokken.

Ingangsdatum pensioen Minimumleeftijd
2012 60 jaar
2013 60,5 jaar
2014 61 jaar
2015 61,5 jaar
2016 - 31/01/2017 62 jaar
01/02/2017 - 31/01/2018 62,5 jaar 
01/02/2018 - 31/01/2018 63 jaar
Vanaf 01/02/2019 63 jaar

Daarnaast werd ook de loopbaanvoorwaarde verhoogd van 35 naar 42 jaar. Er gelden wel uitzonderingen als u een lange loopbaan hebt. 

Ingangsdatum pensioen Loopbaanvoorwaarde Versoepeling lange loopbaan
2012 35 /
2013 38 40 jaren = pensioen mogelijk vanaf 60
2014 39
2015 40 41 jaren = pensioen mogelijk vanaf 60
Vanaf 2016 - 31/01/2017 40 42 jaren = 60 jaar
41 jaren = 61 jaar
1/02/2017 - 31/01/2018 62,5 41
60 jaar bij 43 loopbaanjaren
1/02/2018 - 31/01/2019 63 42
60 jaar bij 44 loopbaanjaren
61 jaar bij 43 loopbaanjaren

Welke jaren tellen mee voor de loopbaanvoorwaarde?

Telt als loopbaanjaar: ieder jaar waarin u gedurende minstens 2 kwartalen pensioenvormende bijdragen als zelfstandige betaald hebt of minstens 1/3 als werknemer gewerkt hebt. Periodes van erkende arbeidsongeschiktheid, werkloosheid of legerdienst tellen mee. Geregulariseerde studiejaren niet.

Overgangsmaatregelen

Om de overgang van het oude naar het nieuwe systeem vlot te laten verlopen, werden de volgende overgangsmaatregelen uitgewerkt:

a) Behoud van recht uit de oude regeling
Wie op 31.12.2012 voldoet aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden (= 60 jaar en 35 loopbaanjaren), kan na 2012 op vervroegd pensioen gaan op een zelf gekozen tijdstip.

Voorbeeld: een zelfstandige is 60 jaar in 2012 en heeft een carrière van 36 jaar. Hij zou in 2012 op vervroegd pensioen kunnen gaan, maar hij wil liever nog wat verder werken. Na 2012 zal hij niet meer voldoen aan de nieuwe voorwaarden voor het vervroegd pensioen. In 2013 voldoet hij bv. wel aan de leeftijdsvoorwaarde, maar niet aan de nieuwe loopbaanvoorwaarde van 38 jaar. Om te vermijden dat hij zich verplicht zou voelen om in 2012 op vervroegd pensioen te gaan, zal hij ook na 2012 vervroegd kunnen gaan. Zelfs al voldoet hij op het moment van de gekozen ingangsdatum niet aan de voorwaarden die dan gelden.

b) Vastklikken van een verworven recht tijdens de overgangsperiode
Wie na 2012 op een bepaald ogenblik voldoet aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarde, kan ook daarna altijd op vervroegd pensioen gaan.

Voorbeeld: een zelfstandige wordt 61 jaar in 2014 en heeft een loopbaan van 39/45. Als hij dat wil, kan hij al in 2014 op pensioen gaan. Hij kan echter ook nog wachten en op een latere datum gaan. Het feit dat hij op die latere datum niet meer aan de voorwaarden van dat ogenblik voldoet, is geen probleem.

c) Bijzondere regeling voor wie op 1 januari 2014, 2015 of 2016 op pensioen willen gaan
Wie op pensioen wil gaan op 1 januari 2014, 1 januari 2015 of 1 januari 2016 moet voldoen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden van het jaar voordien. Op deze manier vermijdt men dat mensen die verjaren in december en op 1 januari van het jaar nadien op pensioen willen gaan, toch niet kunnen gaan omdat de voorwaarden vanaf 1 januari strenger zijn.

Voorbeeld: een zelfstandige is geboren in juni 1953. In december 2013 wordt hij 60,5 jaar en bewijst hij een loopbaan van 38/45. Hij voldoet aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarde van 2013. Hij kan op 1 januari 2014 op pensioen gaan, ook al zijn de voorwaarden van 2014 niet vervuld (= 61 jaar en 39/45).

d) Maximum 2 jaar wachten
Het verschil tussen de oude voorwaarden voor vervroegd pensioen en de nieuwe voorwaarden mag nooit meer bedragen dan 2 jaar: wie geboren is voor 1.1.1956 en op 31.12.2012 een loopbaan van minstens 32 kalenderjaren kan bewijzen, moet in vergelijking met de oude regeling maximum 2 jaar wachten om op vervroegd pensioen te gaan. Voorwaarde is wel dat hij bij de pensionering een loopbaan van 37 kalenderjaren heeft.

Deze regeling wordt duidelijker gemaakt via onderstaande tabel. 

31 december 2012 Leeftijd vervroegd pensioen
Leeftijd Loopbaan Regeling tot en met 2012 Regeling vanaf 2013 zonder versoepeling Aangepaste minimimumleeftijd indien
loopbaan van 37 jaar
61 34 62 65 (=+3) 64
60 34 61 65 (=+4) 63
60 33 62 65 (=+3) 64
59 36 60 63 (=+3) 62
59 35 60 64 (=+4) 62
59 34 60 65 (=+5) 62
59 33 61 65 (=+4) 63
59 32 62 65 (=+3) 64
58 35 60 63 (=+3) 62
58 34 60 64 (=+4) 62
58 33 60 65 (=+5) 62
58 32 61 65 (=+4) 63
57 34 60 63 (=+3) 62
57 33 60 64 (=+4) 62
57 32 60 65 (=+5) 62

e) Personen, geboren voor 1958
Wie geboren is voor 1958, kan altijd met pensioen gaan onder de voorwaarden van 2016 verhoogd met 1 jaar, als deze voordeliger zijn dan de algemene regel. In de praktijk kunnen deze "verhoogde voorwaarden" echter maar voordeliger zijn vanaf 2019.

f) Aanvragen ingediend voor 28.11.2011
In navolging van de pensioenregeling voor werknemers werden ook in de pensioenwetgeving zelfstandigen nog extra overgangsmaatregelen ingevoerd voor personen met een gemengde loopbaan, die op 01.01.2013 in een uitstapregeling zaten als werknemer. Zonder deze maatregelen zouden deze personen immers wel op vervroegd pensioen kunnen gaan als werknemer, maar niet als zelfstandige.

Deze bijkomende overgangsmaatregelen gelden voor de volgende 3 groepen:

  • werknemers waarvan de opzegtermijn is ingegaan voor 1.1.2012 en eindigt of had moeten eindigen na 31.12.2012
  • werknemers die, buiten het conventioneel brugpensioen, in onderling overleg met hun werkgever een overeenkomst van vervroegde uittreding hebben afgesloten, die ten vroegste vervalt op de leeftijd van 60 jaar voor zover deze werknemers op dat ogenblik een loopbaan van tenminste 35 jaren bewijzen
  • werknemers die een aanvraag tot vervroegd pensioen hebben ingediend voor 28.11.2011.

Samenvattende tabel. Minimumloopbaan afhankelijk van het jaar waarin het pensioen ingaat en van de leeftijd

Uit de volgende tabel kan je de minimumloopbaan afleiden die voorzien is in de wet.

Pensionering 60 61 61,5 62 62,5 63 64 65
2014 40 39 39 39 39 39 39 -
2015 41 41 40 40 40 40 40 -
2016 - 31/01/2017 42 41 41 40 40 40 40 -
01/02/2017 - 31/01/2018 43 42 42 42 41 41 41 -
01/02/2018 - 31/01/2019 43 42 42 42 42 41 41 -
01/02/2019 e.v. 44 43 43 43 43 42 42 -

Vervroegd pensioen - vermindering

Tot en met 2012 kon u als zelfstandige met vervroegd pensioen gaan vanaf 60 jaar, op voorwaarde dat u 35 actieve jaren kon bewijzen. Uw pensioenuitkering werd dan als volgt verminderd:

Leeftijd waarop u met pensioen gaat Vermindering van de pensioenuitkering
60 jaar 25%
61 jaar 18%
62 jaar 12%
63 jaar 7%
64 jaar 3%

Bewees u een loopbaan van 42/45 of meer, dan werd uw pensioen als zelfstandige niet procentueel verminderd.

In 2013 werd de minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen opgetrokken van 60 naar 62 jaar. Ook de berekening van de vermindering wegens vervroeging werd gewijzigd.

Leeftijd vervroegd pensioen 2013
60 25%
60,5 21,5%
61 18%
61,5 /
62 12%
Vanaf 63 /

Twee opmerkingen hierbij:

  • als u op vervroegd pensioen bent gegaan op 63 jaar of later kreeg u geen vermindering meer, ongeacht de loopbaan;
  • als u een loopbaan van 41/45 of meer had, kreeg u geen vermindering meer, ongeacht de leeftijd.

Sinds 2014 wordt er geen vermindering wegens vervroeging meer toegepast en dit ongeacht de leeftijd en ongeacht de loopbaan.

Gelijkgestelde periodes

Sommige periodes waarin de zelfstandige geen beroepsactiviteit heeft uitgeoefend, kunnen toch meetellen voor het pensioen, bijvoorbeeld legerdienst, studieperiode, periodes van ziekte, …

Gemengde loopbaan

Hebt u gewerkt als werknemer en als zelfstandige, dan hebt u recht op een pensioen in beide stelsels. Toch kunnen deze pensioenen niet onbeperkt gecumuleerd worden. Men kan immers voor maximum 14 040 voltijdse dagen een pensioen ontvangen. Komt u met beide loopbanen samen aan meer dan 14 040 voltijdse dagen tewerkstelling, dan verliest u het pensioen voor de minst voordelige dagen.

De berekening van uw pensioen

Uw pensioen wordt berekend op basis van uw pensioenloopbaan. Hoe hoog uw pensioenuitkering zal zijn, hangt af van uw voorbije loopbaan. Een volledige loopbaan bedroeg tot en met 2014 45 jaren, maar sinds 2015 wordt een volledige loopbaan uitgedrukt in voltijds gewerkte dagen. Een volledige loopbaan bedraagt voortaan 14 040 dagen. 


Het pensioen voor de jaren voor 1984 wordt berekend op een forfaitair inkomen. Het pensioen voor de jaren vanaf 1984 wordt berekend op het inkomen waarop u sociale bijdragen hebt betaald. Als het totale pensioenbedrag kleiner is dan het minimumpensioen, wordt uw pensioen aangepast op voorwaarde dat u minstens twee derde van een volledige loopbaan hebt. 

Het is dus in uw belang om een zo volledig mogelijke loopbaan te bewijzen. Zelfstandigen moeten hun loopbaan bewijzen aan de hand van de stortingen aan de pensioenkas en later aan het Sociaal Verzekeringsfonds. De pensioendiensten van het de overheidsdienst RSVZ vragen deze informatie rechtstreeks op bij uw Sociaal Verzekeringsfonds. Dit loopt automatisch na de pensioenaanvraag. U moet hiervoor niets doen.

Hoe hoog is het pensioen van de zelfstandige?

De overgrote meerderheid van de zelfstandigen heeft recht op het minimumpensioen in verhouding tot zijn loopbaanbreuk. Deze bedragen vindt u in de tabel hieronder. Het pensioen zal iets hoger zijn dan het bedrag uit de tabel als uw gemiddeld beroepsinkomen als zelfstandige sinds 1984 hoger was dan 40 000 euro. Maar het kan nooit hoger zijn dan het maximumpensioen. Ook dat bedrag vindt u in de tabel.

 

Tabel: minimum- en maximumpensioen als zelfstandige per maand
 

Leeftijd Loopbaan Gezinshoofd Alleenstaande
Minimumpensioen
60 jaar 40/45 1 324,12 1 059,64
61 jaar 41/45 1 357,23 1 086,13
62 jaar 42/45 1 390,33 1 112,62
63 jaar 43/45 1 423,43 1 139,11
64 jaar 44/45 1 456,54 1 165,60
65 jaar 45/45 1 489,64 1 192,09
Maximumpensioen
65 jaar 45/45 1 689,93 1 351,94

Enkele aandachtspunten

  • Op welke leeftijd kan u met pensioen gaan?

    U gaat best ook even na op welke leeftijd u met pensioen kunt gaan. U kan dit zelf berekenen via mypension.be
  • Wat als u minder dan 40/45 gewerkt hebt?

    Om recht te hebben op het minimumpensioen uit bovenstaande tabel moet u minstens 30/45 bewijzen. Hebt u een loopbaan tussen 30/45 en 40/45, dan moet u het bedrag uit de tabel omrekenen naar uw concrete loopbaan.

    Een voorbeeld: U heeft een loopbaan van 31/45 als zelfstandige. U heeft recht op een pensioen als alleenstaande. Dan is uw pensioenbedrag gelijk aan 1 192,09 x 31/45 = 821,22 euro per maand. 

    Hebt u een loopbaan van minder dan 30/45 dan is er geen recht op het minimumpensioen, maar wordt uw pensioen berekend op basis van uw werkelijk beroepsinkomen. Voor meer info hierover kunt u terecht bij de pensioendienst van het RSVZ.
     
  • Kunnen de studiejaren geregulariseerd worden?

    Studiejaren tellen niet mee voor de berekening van het pensioen, tenzij u hier een bijdrage voor betaalt. Maak zelf een kostenbaten analyse via onze tool

    Let wel op: geregulariseerde studiejaren leveren je een hoger pensioenbedrag op, maar deze regularisatie telt niet mee in de loopbaanvoorwaarde voor het vervroegd pensioen. De regularisatie zal u met andere woorden niet helpen om vroeger met pensioen te kunnen gaan.
     
  • Effect van de nieuwe bijdrageberekening op uw pensioen. 

    In de bijdrageberekening vanaf 2015 is voorzien dat toekomstige gepensioneerden de mogelijkheid hebben om te verzaken aan de regularisatie van de voorlopige bijdragen van de laatste 3 jaren voor hun pensionering. In het deel Pensioen berekenen leest u alles over de voorwaarden voor deze verzaking.

Enkele extra’s

Sinds 2007 hebben zelfstandigen die hun pensioendatum uitstellen, recht op een pensioenbonus. Tot en met 2013 bedroeg deze pensioenbonus 179,20 euro per kwartaal. De bonus werd toegekend voor kwartalen, waarin u actief bleef na 62 jaar of na een loopbaan van 44 jaar. Deze bonus werd opgebouwd tot de ingangsdatum van het pensioen, tot de wettelijke pensioenleeftijd of tot u een volledige loopbaan bereikte.

Voor pensioenen die zijn ingegaan in 2014 werd de bestaande bonus gewijzigd met als doel het aansporend karakter te versterken. De bonus bedraagt voortaan minimum 117 euro en maximum 195 euro per kwartaal. De bonus wordt maar toegekend als men de vroegste pensioendatum met minstens één jaar uitstelt. Hoe langer men actief blijft, hoe hoger de bonus. De nieuwe bonus wordt opgebouwd tot aan de ingangsdatum van het pensioen.

Voor pensioenen, die zijn ingegaan vanaf 2015 is de pensioenbonus afgeschaft. Reeds opgebouwde bonussen blijven echter wel behouden.

Neem voor meer informatie contact op met Acerta. U vindt de contactgegevens via de link Contact.

Overlevingspensioen

Na uw overlijden kan een overlevingspensioen worden toegekend aan uw echtgenoot of echtgenote als  zij/hij 45,5 jaar of ouder is. Deze leeftijd wordt geleidelijk opgetrokken. In 2030 zal de minimumleeftijd voor het overlevingspensioen 55 jaar zijn. 

Als uw echtgenoot of echtgenote jonger is dan de minimumleeftijd, dan kan hij/zij gedurende 12 maanden (24 maanden bij kinderlast) een overgangsuitkering krijgen.

Als de overleden zelfstandige al gepensioneerd was, bedraagt het overlevingspensioen 80% van het gezinspensioen. 

Als de overleden zelfstandige nog niet gepensioneerd was, wordt het overlevingspensioen berekend op basis van de loopbaan en de inkomsten.

De overgangsuitkering wordt op dezelfde manier berekend als het overlevingspensioen.

Echtscheidingspensioen

Een echtgescheiden echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige kan een echtscheidingspensioen aanvragen als hij of zij de pensioenleeftijd bereikt heeft. De leeftijd van de zelfstandige ex-echtgeno(o)t(e) doet er niet toe. De leeftijdsvoorwaarde geldt dus enkel voor de aanvrager.

Ook bij feitelijke scheiding is er recht op een specifiek pensioen. Wanneer de ex-echtgenoot de pensioenleeftijd heeft bereikt en de grenzen van de toegelaten beroepsactiviteit niet overschrijdt, kan de feitelijk gescheiden echtgeno(o)t(e), aanspraak maken op een eigen pensioenbedrag, ook al heeft deze geen eigen loopbaan.

Toegelaten activiteit

Als u een pensioen geniet en zelfstandige wilt blijven (of nog zelfstandige wil worden) kunt u onder bepaalde voorwaarden uw pensioenuitkering behouden. U leest er meer over in het deel Met pensioen gaan.

Onvoorwaardelijk pensioen (Rente)

Vanaf de normale pensioenleeftijd hebt u altijd recht op uw “onvoorwaardelijk pensioen” (uw rente), ook al hebt u geen pensioen of al blijft u meer verdienen dan het toegelaten beroepsinkomen. U moet voor deze rente geen aanvraag doen: ze wordt automatisch uitbetaald. Als u al een pensioen geniet, zit de rente hierin inbegrepen.

Vanaf 2009 betaalt het sociaal verzekeringsfonds het onvoorwaardelijk pensioen (de ouderdomsrente) niet langer uit. Deze taak wordt overgenomen door de Federale Pensioendienst.

Meer info

Op de volgende plaatsen kan u terecht voor meer informatie over uw pensioen:

  • www.rsvz.be: op deze site kan u terecht voor informatie over uw pensioenrechten als zelfstandige
  • www.onprvp.fgov.be: hier kan u terecht voor informatie over uw pensioenrechten als werknemer

Op het gratis nummer 1765 (de pensioenlijn) kan u terecht voor al uw pensioenvragen, ongeacht het stelsel waarin u gewerkt hebt.

Sociaal statuut
Rechten en plichten
Wijzigingen sociaal statuut
Verzekeringen
Pensioen
Wettelijk pensioen
Pensioen berekenen
Met pensioen gaan
Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ)
Onderneming
Wijzigingen onderneming
Steunmaatregelen
Aftrekbare kosten
Vervangende ondernemer
Bedrijfsleider
Eerste werknemer
Aanwerven
Verlonen
Klanteninformatie
Documenten
Publicaties
Tarieven
Nieuws
FAQ
Infosessies
Tools
Aanvraag attesten
Berekeningen
€-conometer