Naar inhoud

Sociale Bijdragen

De basis

Voor de berekening van de sociale bijdragen baseert Acerta, zoals alle andere fondsen, zich op de gegevens die de fiscale overheid doorgeeft. Het gaat dan over de brutoberoepsinkomsten, verminderd met de bedrijfsuitgaven, -lasten en -verliezen, vastgesteld overeenkomstig de wetgeving betreffende de inkomstenbelasting.

Uw sociale bijdragen worden berekend op uw inkomsten van drie jaar geleden. Startende zelfstandigen hebben een aangepaste regeling, met wettelijk vastgelegde minimumbijdragen. Hieronder leest u meer over de voorlopige bijdragen voor startende zelfstandigen.

Uw hoedanigheid speelt ook een rol. Wie zelfstandige in bijberoep is zal minder sociale bijdragen betalen bij een beperkt inkomen dan een zelfstandige in hoofdberoep.

Voor een gepensioneerde en meewerkende echtgenotes in het ministatuut gelden dan weer bijzondere bijdragepercentages.

Voorlopige bijdragen en de regularisatie

Als u beginnende zelfstandige bent, kent het sociaal verzekeringsfonds uw nettoberoepsinkomen nog niet en betaalt u voorlopige bijdragen, berekend op een forfaitair geschat inkomen van 12.870,43 euro.

Twee jaar later deelt de fiscus uw beroepsinkomen mee aan het sociaal verzekeringsfonds. Op dat ogenblik worden uw sociale bijdragen definitief berekend en moet u het verschil tussen de voorlopige en de definitieve bijdragen bijbetalen. Als uw inkomsten hoger blijken te liggen dan het nettojaarinkomen waarop de voorlopige bijdragen zijn berekend en die u gedurende de eerste drie volledige jaren heeft betaald, moet u bijbetalen. Zijn de inkomsten lager, dan krijgt u het teveel terugbetaald. Uw bijdragen worden dan “geregulariseerd”.

Dit systeem van herziening geldt voor de eerste 3 volledige jaren van de zelfstandige activiteit, eventueel verlengd met de kwartalen van het eerste onvolledige jaar (dit is een jaar met minder dan 4 kwartalen aansluiting). De bijdragen van het eerste onvolledige kalenderjaar van aansluiting worden definitief berekend op het inkomen van het eerstvolgende volledig jaar van aansluiting in dezelfde hoedanigheid. Het inkomen van dit eerste onvolledige kalenderjaar van aansluiting komt nooit in aanmerking voor de bijdrageberekening.

Een concreet voorbeeld: als uw beroepsinkomen van 2014 hoger is dan 12.870,43 euro in uw eerste jaar als zelfstandige, dan zult u in 2015 moeten bijbetalen. Om deze navordering te vermijden kunt u hogere voorafbetalingen doen. Daarvoor deelt u uw verwacht inkomen mee aan het sociaal verzekeringsfonds, dat uw bijdragen dan zal berekenen op basis van uw geraamde inkomen. U kunt daarvoor het formulier 'Raming van inkomsten' gebruiken .

Neem voor meer info contact op met een startersconsulent van het Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. Zo kunnen uw sociale bijdragen aangepast worden en hoeft u later niet bij te betalen.

Als Acertaklant hebt u ook de mogelijkheid om uw inkomstenraming online door te geven via ons klantenportaal.

Een beginnende zelfstandige heeft voor de twee eerste kwartalen van de onderwerping recht op één kwartaal uitstel van betaling. Dit voordeel geldt echter alleen als u tijdig aangesloten was bij uw sociaal verzekeringsfonds, dus ten laatste op de dag van de start van uw activiteit. Concreet moeten de bijdragen van deze twee kwartalen pas betaald worden op het einde van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het fonds u een vervaldagbericht verstuurd heeft. Dit uitstel geldt ook voor de regularisatiebijdragen.

Meer informatie over voorlopige bijdragen vindt u in het deel sociale bijdragen betalen op onze website voor starters.

Berekening van de definitieve sociale bijdragen

Vanaf uw vierde volledige jaar als zelfstandige betaalt u geen voorlopige bijdragen meer, maar worden uw sociale bijdragen meteen berekend op basis van uw netto beroepsinkomen van drie jaar geleden. Uw sociale bijdragen voor 2014 worden dus berekend op basis van uw beroepsinkomen van 2011. Dit beroepsinkomen wordt eerst geïndexeerd met 5,74582%.

Dan wordt het bijdragepercentage dat voor u geldt, toegepast. De bijdragen voor zelfstandigen in hoofd- en in bijberoep zijn verschillend. Ook voor meewerkende echtgenote(s)(n) in het ministatuut, zelfstandigen die de pensioenleeftijd hebben bereikt, en andere specifieke situaties gelden aparte bijdragenpercentages. Hieronder leest u er meer over.

In de onderstaande publicatie vindt u de voorlopige en definitieve sociale bijdragen die zelfstandigen vandaag betalen bij Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. In de bijdragen in de tabel zitten ook de beheerskosten van Acerta Sociaal Verzekeringsfonds verrekend. Acerta past een kostenpercentage van 3,05% toe. Dit kostenpercentage is het laagste van het land.

Voorbeelden
Beroepsinkomen 2011: 25 000 euro
Indexering: 25 000 x 1,0574582= 26 436,455
Sociale bijdrage: 26 436,455 x 5,5% = 1 454,01
Beheerskosten: 1 454,01 x 3,05% = 44,35
Totaal per kwartaal: 1 454,01 + 44,35 = 1 498,36 euro
Beroepsinkomen 2011: 60 000 euro
Indexering: 60 000 x 1,0574582=  63 447,492
Sociale bijdrage: (55 576,94 x 5,5%) + (7870,56 x 3,54%) = 3 056,74 + 278,62 = 3 335,36
Beheerskosten: 3 335,36 x 3,05% = 101,72
Totaal per kwartaal: 3 335,36 + 101,72 = 3 437,08 euro

Bereken zelf uw sociale bijdragen!

Bijberoep: het buitenbeentje

De zelfstandige in bijberoep is een buitenbeentje in het sociaal statuut van de zelfstandigen. Als zelfstandige in bijberoep betaalt u verminderde bijdragen als u een beperkt inkomen hebt. In bepaalde gevallen betaalt u zelfs geen bijdragen. Dit staat in scherp contrast met de regeling voor zelfstandigen in hoofdberoep: zelfs als zij helemaal geen inkomen hebben, of als hun activiteit verlieslatend is, zijn zij in principe steeds de minimumbijdrage verschuldigd.

Anderzijds levert een zelfstandige activiteit in bijberoep doorgaans geen bijkomende sociale zekerheidsrechten op.

Start u als zelfstandige in bijberoep, dan betaalt u voorlopige bijdragen, zolang uw beroepsinkomen niet officieel vaststaat. U kunt ervoor kiezen hogere voorafbetalingen te doen om navorderingen te vermijden. Als u verwacht dat uw inkomen voldoende laag zal zijn kunt u een vrijstelling aanvragen.

Als uw sociaal verzekeringsfonds via de fiscus op de hoogte wordt gebracht van uw definitieve inkomsten worden uw bijdragen definitief berekend. Er zijn dan twee mogelijkheden:

  • Als uw beroepsinkomen lager is dan 1 423,89 euro worden de voorlopige bijdragen terugbetaald.
  • Als uw beroepsinkomen hoger is dan 1 423,90 euro, moet u bijbetalen.

In de hierboven opgenomen publicatie vindt u de voorlopige en definitieve sociale bijdragen die zelfstandigen vandaag betalen bij Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. In de bijdragen in de tabel zitten ook de beheerskosten van Acerta Sociaal Verzekeringsfonds verrekend. Acerta past een kostenpercentage van 3,05% toe. Dit kostenpercentage is het laagste van het land.

Om als zelfstandige in bijberoep te worden beschouwd, moet een van volgende situaties voor u van toepassing zijn:

  • U hebt een niet-zelfstandige hoofdactiviteit.
  • U ontvangt een vervangingsinkomen.
  • U vrijwaart uw pensioenrechten.

Meer informatie over het verschil tussen het statuut van zelfstandige in hoofdberoep en in bijberoep vindt u in het deel Hoofd- of bijberoep van onze website voor starters. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de medewerkers van Acerta. U vindt de contactgegevens in het deel Contact.

Meewerkende echtgenoot of echtgenote

Bent u meewerkende echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige en hebt u geen gelijkwaardig statuut, dan moet u aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Wie geboren is vóór 1956 kan kiezen voor het ministatuut of voor het maxistatuut. Wie geboren is na 1955 moet toetreden tot het maxistatuut. U vindt meer informatie in het deel Sluit je aan bij een sociaal verzekeringsfonds van onze site voor starters.

In het ministatuut worden de sociale bijdragen van de meewerkende echtgenote berekend op het beroepsinkomen waarop ook de bijdragen van de hoofdzelfstandige worden berekend. De bijdragen voor 2014 liggen tussen 26,20 en 147,70 euro. Als uw partner beginnende zelfstandige is en voorlopige bijdragen betaalt, betaalt u als meewerkende echtgeno(o)t(e) ook voorlopige bijdragen. Deze worden achteraf geregulariseerd.

In het maxistatuut wordt het beroepsinkomen fiscaal gesplitst tussen man en vrouw. Als meewerkende echtgenoot of echtgenote met maxistatuut verwerft u een volwaardig eigen inkomen, met een eigen kostenaftrek.

De bijdragen van de meewerkende echtgenoot of echtgenote worden dan berekend op het gedeelte van het beroepsinkomen dat op zijn of haar naam is aangegeven. In de startjaren zal u als meewerkende echtgenoot of echtgenote een voorlopige bijdrage betalen, berekend op de drempel zoals die geldt binnen het maxistatuut.

Als de bijdragen van de hoofdzelfstandige in deze hypothese berekend worden op het totaal inkomen van 3 jaar geleden (toen deze fiscale splitsing nog niet mogelijk was) heeft men hiervoor een correctie voorzien. Tijdens de eerste drie jaar van de toetreding tot het volledige statuut wordt het referte-inkomen van de hoofdzelfstandige voorlopig verminderd met het bedrag waarop de bijdrage van zijn echtgenoot of echtgenote wordt berekend. Let wel op: deze correctie is enkel mogelijk wanneer de echtgenote 3 jaar geleden al meewerkende echtgenote was en het inkomen nog niet gesplitst was tussen man en vrouw.

Later, bij de regularisatie van de voorlopige bijdragen van de meewerkende echtgenoot of echtgenote, wordt het referte-inkomen van de hoofdzelfstandige blijvend verminderd met het inkomen waarop de bijdragen van de meewerkende echtgenoot of echtgenote definitief berekend worden. Dit bedrag kan dus hoger liggen dan de drempel maxistatuut.

Als u en uw partner samen starten als zelfstandige en meewerkende echtgenoot of echtgenote, dan wordt het fiscaal inkomen vanaf het eerste refertejaar fiscaal gesplitst en moet er dus geen correctie gebeuren op het inkomen van de zelfstandige.

In de hierboven opgenomen publicatie vindt u de voorlopige en definitieve sociale bijdragen die zelfstandigen vandaag betalen bij Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. In de bijdragen in de tabel zitten ook de beheerskosten van Acerta Sociaal Verzekeringsfonds verrekend. Acerta past een kostenpercentage van 3,05% toe. Dit kostenpercentage is het laagste van het land.

Gepensioneerden

Ook voor gepensioneerden geldt een aparte bijdrageregeling. Ontvangt u al een pensioen en wilt u nog werken als zelfstandige, dan moet u om uw pensioen te behouden, een maximuminkomen respecteren. U leest meer over het toegelaten inkomen in het deel Specifieke situaties-met pensioen gaan.

Voor vervroegd gepensioneerden en voor actieve zelfstandigen die de pensioenleeftijd hebben bereikt en een pensioen genieten, zijn er slechts twee bijdragecategorieën. Welke categorie voor u van toepassing is, hangt af van de vraag of u de grenzen van de toegelaten activiteit voor gepensioneerden respecteert of niet. Blijven uw inkomsten onder de grens van de toegelaten activiteit, dan blijft u pensioen genieten en wordt uw sociale bijdrage berekend aan een lager percentage. Worden de grenzen van de toegelaten activiteit overschreden met minstens 15%, dan verliest u uw pensioen en wordt de bijdrage berekend aan hetzelfde percentage als dat van een hoofdberoep.

Krijgt u een pensioen, dan geldt voor de definitieve bijdragen het bijdragepercentage van 3,675%, binnen de toegelaten grenzen. De bijdrage wordt nog altijd berekend op uw werkelijk genoten inkomen van drie jaar geleden, maar dit inkomen wordt geplafonneerd. U betaalt immers maximum een bijdrage van 3,675 % van het bedrag dat u in het bijdragejaar met een pensioen mag cumuleren. Dit bedrag verschilt naargelang het om een rust- of overlevingspensioen gaat, en naargelang er kinderen ten laste zijn. Indien betrokkene naast het overlevingspensioen ook nog een rustpensioen geniet, zijn vanaf de maand van de ingangsdatum van het rustpensioen dezelfde grenzen van toepassing als voor de rustgepensioneerden.

In de volgende tabel vindt u de definitieve maximumbijdragen die zelfstandigen die een rustpensioen ontvangen, vandaag betalen.

Definitieve bijdragen voor zelfstandigen die een rustpensioen ontvangen
Vervroegd pensioen Maximuminkomen Maximumbijdrage in 2014
Rustpensioen zonder kinderlast 6.175,00 233,85
Rustpensioen met kinderlast 9.262,00 350,76
Normale pensioenleeftijd Maximuminkomen Maximumbijdrage in 2014
Rustpensioen zonder kinderlast 17 835,00 675,43
Rustpensioen met kinderlast 21 694,57 821,57

Als starter betaalt u een voorlopige forfaitaire bijdrage. Zonder raming bedraagt die 107,85 euro (3,675% berekend op de drempel van 2.847,81 euro). Als u verwacht dat uw inkomen lager zal zijn dan 2.847,80 euro, kunt u een vrijstelling van bijdragen aanvragen. Van zodra uw definitieve inkomen gekend is, gebeurt er zo nodig een regularisatie.

U hoeft geen (definitieve) sociale bijdragen te betalen als een van volgende situaties voor u van toepassing is:

  • Het referte-inkomen is lager dan 2.693,06 euro.
  • U bent actieve gepensioneerde landbouwer of tuinbouwer en uw activiteit blijft beperkt tot een wettelijk bepaalde oppervlakte. U moet wel aangifte doen van deze activiteit aan de pensioendiensten, anders loopt u het risico een maand pensioen te verliezen. De bewerkte gronden mogen niet groter zijn dan:
    • 1 ha (landbouwgrond, maai- of grasweide)
    • 35 a (gewone boomgaard)
    • 15 a (groenten)
    • 15 a (tabak of hop)
    • 15 a (geneeskrachtige planten of intensieve boomgaard)
    • 12,5 a (boomkwekerij of rijbos)
    • 10 a (witloof)
    • 3 a (bloemen en sierplanten)
    • 200 m² serre(s)

Voor gemengde teelt zijn er bijkomende grenzen. Voor meer uitleg kunt u terecht bij de medewerkers van Acerta Sociaal Verzekeringsfonds.

  • U oefent als actieve gepensioneerde een kosteloos mandaat uit. De kosteloosheid van het mandaat moet blijken uit de statuten of uit een verslag van de raad van bestuur. Dit geldt enkel voor een kosteloos mandaat in de strikte zin van het woord (dus het leiden van de vennootschap en stellen van rechtshandelingen namens de vennootschap). In dat geval bent u niet langer verzekeringsplichtig. Als u naast uw mandaat ook uitvoerende taken waarneemt in de vennootschap (dienstverlening aan klanten, administratief of boekhoudkundig werk, technische taken, enz.) blijft u wel aangesloten. U hebt dan een dubbele hoedanigheid, meestal mandataris en werkend vennoot.

In de volgende tabel vindt u de maximumbijdragen die zelfstandigen die een overlevingspensioen ontvangen, vandaag betalen.

Definitieve bijdragen voor zelfstandigen die een overlevingspensioen ontvangen
Overlevingspensioen Maximuminkomen Maximumbijdrage in 2014
Overlevingspensioen zonder kinderlast 14 377,00 814,86
Overlevingspensioen met kinderlast 17 971,00 1018,56

Bent u een starter met een overlevingspensioen, dan gelden dezelfde voorlopige bijdragen als voor een hoofdberoep. Verwacht u dat uw beroepsinkomen als zelfstandige lager zijn dan 6.742,05 euro, dan kunt u een gelijkstelling met een bijberoep aanvragen. U betaalt dan verminderde sociale bijdragen of u bent vrijgesteld. Hieronder leest u er meer over.

Voor zelfstandigen die wel de pensioenleeftijd hebben bereikt maar hun pensioen niet opnemen, worden de bijdragen berekend aan het bijdragepercentage van een hoofdberoep. Betaalt u minstens de minimumbijdragen in hoofdberoep dan kunt u via de betaling van deze bijdragen ontbrekende periodes in uw loopbaan aanvullen.

Een beginnende zelfstandige die de pensioenleeftijd bereikt heeft, maar nog geen pensioen ontvangt, betaalt 150,40 euro per kwartaal (dit is 5,125 % op de drempel van 2 847,81 euro). Dit zijn de cijfers zoals ze gelden in het eerste jaar van de zelfstandige activiteit. In de bijdragen is zoals steeds de 3,05 % bij Acerta aangerekende administratiekost inbegrepen.

Belangrijk! Als u als zelfstandige de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt, of effectief een vervroegd rustpensioen ontvangt, en daarnaast uitsluitend een kosteloos mandaat uitoefent, wordt u geacht alle beroepsbezigheden te hebben gestaakt. Op dat ogenblik bent u geen sociale bijdragen meer verschuldigd. Voor meer info kunt u contact opnemen met Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. U vindt de contactgegevens via de link Contact.

Gelijkstelling met een bijberoep (artikel 37 of artikel 40)

Als u naast uw zelfstandig beroep geen enkele andere beroepsactiviteit uitoefent waardoor u uw sociale rechten kunt vrijwaren, moet u aansluiten als zelfstandige in hoofdberoep. De wet voorziet echter een uitzondering voor zelfstandigen met beperkte inkomsten.

Als u aan een aantal voorwaarden voldoet, kunt u genieten van vrijstelling of vermindering van de aangerekende bijdragen. Deze uitzondering is opgenomen in artikel 37 (voor gevestigde zelfstandigen) en artikel 40 (voor starters die nog geen drie jaar zelfstandige zijn) van het ARS, het algemeen reglement over het sociaal statuut van de zelfstandigen.

Op basis van artikel 37/40 kan uw hoofdberoep gelijkgesteld worden met een bijberoep. Dat kan alleen als u via een andere weg uw socialezekerheidsrechten vrijwaart. In de volgende gevallen is dit mogelijk:

  • Als gehuwde kunt u een gelijkstelling aanvragen als uw echtgenoot of echtgenote volwaardige rechten opent voor pensioen, kinderbijslag en ziekteverzekering (tak geneeskundige zorgen)
  • Als u een overlevingspensioen geniet, komt u ook in aanmerking voor toepassing van artikel 37/40. Via het overlevingspensioen vrijwaart u uw rechten op ziekteverzekering, kinderbijslag en pensioen.
  • Als u student bent, jonger dan 25 jaar en nog in aanmerking komt voor kinderbijslagen, kunt u ook een gelijkstelling aanvragen. U vrijwaart uw sociale rechten dan op basis van uw recht op kinderbijslag. De effectieve uitbetaling van de kinderbijslag is niet vereist.
  • Vanaf 1 juli 1992 kunnen politieke mandatarissen die ook een zelfstandige activiteit uitoefenen, vrijstelling (geen vermindering) van sociale bijdragen aanvragen op basis van artikel 37.
  • Vastbenoemde leerkrachten die een pensioen als ambtenaar opbouwen en tewerkgesteld zijn in het onderwijs met een uurrooster tussen de 50 en de 60%.

Om in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 37/40 gelden specifieke inkomensgrenzen voor uw nettoberoepsinkomen. Als u definitieve bijdragen betaalt (voor bijdragen in het jaar 2014, gebaseerd op het inkomen van 2011):

  • als het nettoberoepsinkomen uit uw zelfstandige activiteit in 2011 lager was dan 1.346,53 euro, zijn er in 2014 geen bijdragen verschuldigd
  • als het nettoberoepsinkomen uit uw zelfstandige activiteit in 2011 tussen 1.346,54 euro en 6.375,71 euro lag, is in 2014 slechts een verminderde bijdrage verschuldigd.
  • als het nettoberoepsinkomen uit uw zelfstandige activiteit in 2011 hoger lag dan 6.375,72 euro, dan is artikel 37 niet meer van toepassing en moeten de bijdragen voor een hoofdberoep betaald worden. De minimumbijdrage in dit geval bedraagt 729,46 euro per kwartaal in 2014.

Als u nog voorlopige bijdragen betaalt:

  • de vrijstellingsgrens ligt op 1.423,89 euro
  • de grens voor verminderde bijdragen ligt op 6.742,05 euro
  • boven de grens van 6.742,05 euro betaalt u bijdragen in hoofdberoep, met een minimum van 679,73 euro per kwartaal (cijfers eerste startjaar als zelfstandige).

In de onderstaande publicatie vindt u de voorlopige en definitieve sociale bijdragen die zelfstandigen vandaag betalen bij Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. In de bijdragen in de tabel zitten ook de beheerskosten van Acerta Sociaal Verzekeringsfonds verrekend. Acerta past een kostenpercentage van 3,05% toe. Dit kostenpercentage is het laagste van het land.

Om een vrijstelling of vermindering aan te vragen, kunt u contact opnemen met Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. U kunt daarvoor het onderstaande formulier gebruiken.


Belangrijk!
Denk eraan dat u geen sociale rechten opbouwt als zelfstandige als u verminderde bijdragen betaalt of vrijgesteld bent. Pas als uw sociale bijdragen minstens zo hoog zijn als de minimumbijdragen van een hoofdberoep, bouwt u ook als zelfstandige sociale rechten op.

De betaling van uw sociale bijdragen

In de eerste maand van ieder kwartaal (januari, april, juli en oktober) stuurt Acerta Sociaal Verzekeringsfonds u een afrekening, met de bijdragen die verschuldigd zijn, de inkomsten die als berekeningsbasis hebben gediend en de uiterste betaaldatum. Het vereiste bedrag moet uiterlijk de laatste dag van het kwartaal op de rekening van het sociaal verzekeringsfonds staan.

Laat u niet verrassen door de zogenaamde valutadagen die banken hanteren. U geeft uw betalingsopdracht dus best enkele dagen vooraf, bijvoorbeeld rond de twintigste dag van de laatste maand van elk kwartaal (maart, juni, september en december).

Denk eraan dat u zich nooit kunt beroepen op het feit dat u geen afrekening hebt ontvangen om aan uw bijdrageplicht te ontsnappen.

Alle betaalde sociale bijdragen zijn fiscaal aftrekbaar.

Als u niet of te laat betaalt

Op basis van uw bijdragen (hoofdberoep) bouwt u sociale rechten op. Niet betalen heeft dan ook verstrekkende gevolgen:

  • voor elk kwartaal waarvoor geen bijdrage is betaald, bouwt u geen pensioen op
  • in de ziekteverzekering verliest u uw rechten

Hebt u betalingsmoeilijkheden, neem dan zo snel mogelijk contact op met Acerta Sociaal Verzekeringsfonds. U vindt meer informatie in het deel Betalingsmoeilijkheden.

Als u te laat betaalt, wordt een verhoging aangerekend. Als u uw sociale bijdrage van een bepaald kwartaal niet betaald hebt tegen de uiterste betalingsdatum, wordt deze bijdrage verhoogd met 3%. Zolang deze bijdrage niet volledig betaald is, wordt bij het verstrijken van elk volgend kwartaal, de verhoging opnieuw toegepast op het onbetaalde gedeelte.

Boven op de verhoging van 3% per kwartaal komt een bijkomende verhoging van 7% op het einde van het jaar. De sociale bijdragen die op het einde van een kalenderjaar vervallen maar die op 31 december van dat jaar niet op onze rekening staan, worden verhoogd met 7%. Deze verhoging wordt slechts één keer per jaar toegepast. De schuld uit het verleden wordt niet meegenomen in de intrestberekening.

Als u in het vierde kwartaal van een bepaald jaar een afrekening krijgt, waarvoor één kwartaal uitstel van betaling geldt (bijvoorbeeld een regularisatie of eerste en tweede kwartaal begin van activiteit), wordt op dat bedrag de verhoging van 7% niet toegepast.

Het sociaal verzekeringsfonds mag de aangerekende verhogingen nooit zelf kwijtschelden. Enkel het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) is hiertoe bevoegd. Er wordt echter pas uitspraak gedaan indien de volledige hoofdsom van de sociale bijdragen betaald is.

Denk eraan dat het Sociaal Verzekeringsfonds een gerechtelijke procedure zal aanvatten als u uw bijdragen niet betaalt zonder geldige reden. Vergeet dus niet tijdig contact op te nemen met het sociaal verzekeringsfonds van Acerta. U vindt de contactgegevens via de link Contact.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Acerta kan ook een beroep doen op de hoofdelijk aansprakelijke voor de betaling van de bijdragen. In het sociaal statuut zijn er 3 gevallen van hoofdelijkheid :

  • De zelfstandige is hoofdelijk aansprakelijk voor de bijdragen van zijn helper.
  • De rechtspersoon is hoofdelijk aansprakelijk voor de bijdragen van zijn mandatarissen en werkende vennoten.
  • De bestuurders, zaakvoerders en werkende vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsbijdrage van de rechtspersoon waarin ze actief zijn.

In al deze gevallen kan Acerta dus twee personen aanspreken voor éénzelfde schuld. Het fonds beslist zelf of ze slechts één van beide zal vervolgen of beide (tegelijk of achtereenvolgens).

Vennootschapsbijdragen

Elke vennootschap, onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting der niet-verblijfhouders, moet binnen drie maanden na de neerlegging van de oprichtingsakte aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en de jaarlijkse vennootschapsbijdrage betalen. 

Vzw’s, feitelijke verenigingen en de burgerlijke vennootschappen die geen handelsvorm hebben aangenomen, zijn vrijgesteld. Ook als mandataris moet u aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

De jaarrekening van het voorlaatste afgesloten boekjaar is bepalend voor de vennootschapsbijdrage die uw vennootschap moet betalen. Voor het bijdragejaar 2014 is dit het boekjaar 2012. Vennootschappen leggen hun jaarrekening neer bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België (NBB). De overheid baseert zich op de gegevens van de NBB om te bepalen welke vennootschappen de lage of de hoge bijdrage verschuldigd zijn. U hoeft dus geen formulieren of bewijsstukken in te dienen bij uw sociaal verzekeringsfonds.

Vennootschappen met een balanstotaal van maximaal 646 787,86 euro betalen voor 2014 een bijdrage van 347,50 euro. Vennootschappen met een balanstotaal hoger dan 646 787,86 euro betalen 868 euro.

Omdat er voor pas opgerichte vennootschappen geen voorlaatste boekjaar is waarop de bijdrage gebaseerd kan zijn, betalen zij de lage bijdrage van 347,50 euro.

Bestaande vennootschappen of vennootschappen die opgericht worden vóór 1 april van het bijdragejaar, moeten de bijdrage betalen vóór 1 juli. Vennootschappen die opgericht zijn vanaf 1 april zijn de bijdrage verschuldigd op het einde van de derde maand volgend op de maand van de neerlegging van de oprichtingsakte. Betaal zeker op tijd, want op het bedrag dat niet tijdig betaald is, wordt een verhoging aangerekend van 1 % per maand vertraging. U kunt in behartigenswaardige omstandigheden of in gevallen van overmacht kwijtschelding van deze verhogingen aanvragen.

Sommige vennootschappen zijn gedurende de eerste drie jaren na hun oprichting vrijgesteld van de vennootschapsbijdrage. Zij moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. Het moet gaan om een personenvennootschap. Kapitaalsvennootschappen zoals de NV en de Commanditaire vennootschap op aandelen komen dus niet in aanmerking.
  2. De vennootschap moet in de KBO ingeschreven zijn als commerciële onderneming of ambachtsonderneming. Burgerlijke vennootschappen (artsen, verplegers, kinesitherapeuten en andere vrije beroepen) kunnen dus geen vrijstelling genieten.
  3. In de loop van de periode van 10 jaar vóór de oprichting mogen de zaakvoerders of bestuurders én de meerderheid van de werkende vennoten (die geen zaakvoerder of bestuurder zijn) ten hoogste 3 jaar zelfstandige geweest zijn.

De vrijstelling wordt per jaar beoordeeld; de voorwaarden moeten dus ieder jaar opnieuw vervuld zijn. Het sociaal verzekeringsfonds doet jaarlijks een onderzoek naar het beroepsverleden van de zaakvoerder(s) en de werkende vennoten.

Als uw vennootschap gedurende een bepaald jaar geen enkele activiteit heeft gehad, moet u de vennootschapsbijdrage voor dat kalenderjaar niet betalen. Het sociaal verzekeringsfonds mag deze vrijstelling toestaan op basis van een attest van de Controleur van de dienst vennootschapsbelastingen met de vermelding dat de vennootschap met ingang vanaf een bepaald kalenderjaar geen handels- of burgerrechtelijke activiteit meer uitoefent. Een verklaring dat er geen aangifte werd gedaan, is onvoldoende om de bijdrage te annuleren.

Sociale bijdragen vanaf 2015

De informatie op deze pagina is van toepassing tot en met 31 december 2014. Vanaf 1 januari 2015 verandert de bijdrageberekening voor zelfstandigen ingrijpend.

Meer info?

Sociaal statuut
Rechten en plichten
Hervorming sociale bijdragen 2015
Specifieke situaties
VAPZ
Andere aanvullende verzekeringen
Onderneming
Specifieke situaties
Steunmaatregelen
Aftrekbare kosten
Personeel
Aanwerven
Verlonen
Ontslaan
Infobank
Documenten
Publicaties
Nieuws
FAQ
Infosessies
Links
Partners
Toolbox
Aansluiting Acerta
Aanvraag attesten
Berekeningen
€-conometer
Web Specials
Over Acerta
Mijn profiel