Home Sociaal statuut Rechten en plichten Pensioen
Uw pensioen
Via uw sociale bijdragen bouwt u rechten op voor uw pensioen. Als zelfstandige kunt u na een actieve loopbaan aanspraak maken op een pensioen. Als u op de normale pensioenleeftijd met pensioen gaat, wordt uw pensioen automatisch toegekend. Alleen als u vroeger of later met pensioen wilt gaan, moet u bij uw gemeentebestuur een aanvraag indienen. U kan uw pensioen ook elektronisch aanvragen via de website www.pensioenaanvraag.be. Welke acties u precies moet ondernemen als u de pensioenleeftijd bereikt of met vervroegd pensioen wilt gaan, leest u in het deel Met pensioen gaan.
Het pensioen dat u als zelfstandige krijgt, ligt een stuk lager dan dat van een werknemer. Dat verschil kan tot 40 procent bedragen. Daarom raden we u aan te kiezen voor een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ). Een aanvullende pensioenverzekering is niet verplicht, maar het is ongetwijfeld één van de meest interessante spaarformules voor zelfstandigen. De bijdragen die u voor uw VAPZ betaalt, zijn fiscaal aftrekbaar. De premie die u bij uw pensioen uitbetaald krijgt, wordt mild belast. Als zelfstandige in bijberoep kunt u alleen een VAPZ afsluiten als uw sociale bijdragen minstens even hoog zijn als die van een hoofdberoep. U leest er meer over in het deel VAPZ.
- Rustpensioen
- Vervroegd pensioen
- Gelijkgestelde periodes
- Gemengde loopbaan
- De berekening van uw pensioen
- Enkele extra’s
- Overlevingspensioen
- Echtscheidingspensioen
- Toegelaten activiteit
- Onvoorwaardelijk pensioen (Rente)
Rustpensioen
Bereikt u als zelfstandige de gewone of de vervroegde pensioenleeftijd, dan kunt u aanspraak maken op een rustpensioen. Het kan gaan om een gezinspensioen of een pensioen als alleenstaande. Als uw echtgenoot of echtgenote ook een eigen loopbaan kan bewijzen, kan hij of zij in principe aanspraak maken op een eigen rustpensioen als alleenstaande. In dat geval krijgt u ook een rustpensioen als alleenstaande toegekend. De pensioendienst van de overheid zal steeds het meest voordelige toekennen, twee pensioenen als alleenstaande of één gezinspensioen.
Vanaf 2009 is de normale wettelijke pensioenleeftijd 65 jaar, zowel voor mannen als voor vrouwen. Tot juli 1997 bedroeg de wettelijke pensioenleeftijd voor de vrouwen nog 60 jaar. Sindsdien werd de pensioenleeftijd geleidelijk verhoogd. 2009 is dus het jaar waarin mannen en vrouwen qua pensioen(leeftijd) gelijk komen te staan.
Als het pensioen ingaat vanaf 01.01.2009 is de wettelijke pensioenleeftijd dus identiek voor mannen én vrouwen.
In de meeste gevallen is er recht op het minimumpensioen in verhouding tot de loopbaan. Zelfstandigen die vanaf 1984 relatief hoge sociale bijdragen hebben betaald, krijgen een hoger proportioneel pensioen (maximum 17.642,44 euro op 65 jaar).
Vervroegd pensioen
Tot en met 2012 kunt u als zelfstandige met vervroegd pensioen gaan vanaf 60 jaar, op voorwaarde dat u 35 actieve jaren kunt bewijzen. Uw pensioenuitkering wordt dan als volgt verminderd:
| Leeftijd waarop u met pensioen gaat | Vermindering van de pensioenuitkering | |
| 60 jaar | 25% | |
| 61 jaar | 18% | |
| 62 jaar | 12% | |
| 63 jaar | 7% | |
| 64 jaar | 3% | |
Vanaf 1 januari 2009 krijgt men geen procentuele vermindering wegens vervroeging meer als men een loopbaan van 42 jaren kan bewijzen. In 2008 was dit bij een loopbaan van 43 jaar.
| Ingangsdatum | Vereiste loopbaan - geen vermindering |
| 2003-2005 | 45/45 |
| 2006-2007 | 44/45 |
| 2008 | 43/45 |
| Vanaf 2009 | 42/45 |
Dit is de regeling voor pensioenen die ingaan tot en met 2012. Voor pensioenen die ingaan vanaf 2013, verwijzen wij naar de nieuwe wetgeving die de regering heeft uitgewerkt. U leest er hier alles over.
Gelijkgestelde periodes
Sommige periodes waarin de zelfstandige geen beroepsactiviteit heeft uitgeoefend, kunnen toch meetellen voor het pensioen, bijvoorbeeld legerdienst, studieperiode, periodes van ziekte, …
Gemengde loopbaan
Hebt u gewerkt als werknemer en als zelfstandige, dan hebt u recht op een pensioen in beide stelsels. Toch kunnen deze pensioenen niet onbeperkt gecumuleerd worden. Men kan immers voor maximum 45 jaren een pensioen ontvangen. Komt u met beide loopbanen samen aan meer dan 45 jaren, dan wordt uw pensioen als zelfstandige verminderd.
De berekening van uw pensioen
Uw pensioen wordt berekend op basis van uw pensioenloopbaan. Hoe hoog uw pensioenuitkering zal zijn, hangt af van uw voorbije loopbaan. Een volledige loopbaan bedraagt vandaag 45 jaren. Voor 2009 was er nog een verschil tussen een volledige loopbaan voor mannen en vrouwen.
Het pensioen voor de jaren voor 1984 wordt berekend op een forfaitair inkomen. Het pensioen voor de jaren na 1984 wordt berekend op het inkomen waarop u sociale bijdragen hebt betaald. Als het totale pensioenbedrag kleiner is dan het minimumpensioen, wordt uw pensioen aangepast op voorwaarde dat u minstens twee derde van een volledige loopbaan hebt. Het minimumpensioen bedraagt 16.038,47 euro per jaar voor een gezinshoofd met een volledige loopbaan, of 12.327,30 euro voor een alleenstaande. Bij een onvolledige loopbaan of bij vervroegde pensionering wordt het minimumpensioen proportioneel verminderd. Het maximumpensioen bedraagt 17.642,44 euro.
Bedragen
| Minimumpensioen | |
| Gezinshoofd | € 16 038,47 |
| Alleenstaande | € 12 327,30 |
| Maximumpensioen | |
| Gezinshoofd | € 17 642,44 |
| Alleenstaande | € 14 113,95 |
Het is dus in uw belang om een zo volledig mogelijke loopbaan te bewijzen. Zelfstandigen moeten hun loopbaan bewijzen aan de hand van de stortingen aan de pensioenkas en later aan het Sociaal Verzekeringsfonds. De pensioendiensten van het de overheidsdienst RSVZ vragen deze informatie rechtstreeks op bij uw Sociaal Verzekeringsfonds. Dit loopt automatisch na de pensioenaanvraag. U moet hiervoor niets doen.
Enkele extra’s
Sinds 2007 hebben zelfstandigen die op pensioen gaan tussen 1 januari 2007 en 1 december 2013 recht op een pensioenbonus van 175,68 euro per kwartaal. De bonus wordt toegekend voor kwartalen, gepresteerd vanaf 2006, waarin u actief bleef na 62 jaar of na een loopbaan van 44 jaar. Deze bonus wordt opgebouwd tot u met pensioen gaat, of tot u de wettelijke pensioenleeftijd of een volledige loopbaan bereikt.
Neem voor meer informatie contact op met Acerta. U vindt de contactgegevens via de link Contact.
Overlevingspensioen
Na uw overlijden kan een overlevingspensioen worden toegekend aan uw echtgenoot of echtgenote onder volgende voorwaarden:
- uw echtgenoot of echtgenote is 45 jaar of ouder
- er is geen leeftijdsbeperking als hij of zij kinderen ten laste heeft of voor 66% arbeidsongeschikt is
Als uw echtgenoot of echtgenote niet onmiddellijk aan de voorwaarden voldoet om het gewone overlevingspensioen te krijgen, kan voor maximum één jaar een tijdelijk overlevingspensioen toegekend worden (mits het toegelaten beroepsinkomen gerespecteerd wordt).
Als de overleden zelfstandige al gepensioneerd was, bedraagt het overlevingspensioen 80% van het gezinspensioen. Bij een vervroegd pensioen wordt de vermindering wegens vervroeging niet doorgerekend en komt het overlevingspensioen hoger uit dan 80% van het vroegere gezinspensioen.
Als de overleden zelfstandige nog niet gepensioneerd was, wordt het overlevingspensioen berekend op basis van de loopbaan en de inkomsten.
Echtscheidingspensioen
Een echtgescheiden echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige kan een echtscheidingspensioen aanvragen als hij of zij de pensioenleeftijd bereikt heeft. De leeftijd van de zelfstandige ex-echtgeno(o)t(e) doet er niet toe. De leeftijdsvoorwaarde geldt dus enkel voor de aanvrager.
Ook bij feitelijke scheiding is er recht op een specifiek pensioen. Wanneer de ex-echtgenoot de pensioenleeftijd heeft bereikt en de grenzen van de toegelaten beroepsactiviteit niet overschrijdt, kan de feitelijk gescheiden echtgeno(o)t(e), aanspraak maken op een eigen pensioenbedrag, ook al heeft deze geen eigen loopbaan.
Toegelaten activiteit
Als u een pensioen geniet en zelfstandige wilt blijven (of nog zelfstandige wil worden) kunt u onder bepaalde voorwaarden uw pensioenuitkering behouden. U leest er meer over in het deel Met pensioen gaan.
Onvoorwaardelijk pensioen (Rente)
Vanaf de normale pensioenleeftijd hebt u altijd recht op uw “onvoorwaardelijk pensioen” (uw rente), ook al hebt u geen pensioen of al blijft u meer verdienen dan het toegelaten beroepsinkomen. U moet voor deze rente geen aanvraag doen: ze wordt automatisch uitbetaald. Als u al een pensioen geniet, zit de rente hierin inbegrepen.
Vanaf 2009 betaalt het sociaal verzekeringsfonds het onvoorwaardelijk pensioen (de ouderdomsrente) niet langer uit. Deze taak wordt overgenomen door de RVP (Rijksdienst voor Pensioenen).



